schel na, geluid dat hoog-lief langs de tegelhopen rakette. «Trrrrrr! TrrrrrrL. Vooruit! Halve kracht!’
Dirk, de machinist, wrikte de stok in ’t zand, riep ijverig: ‘Sisch! Susch! Sisch! Susch!5
En een serieuze, plezierige aandacht was over de gezichtjes. Ze gingen écht.
Hè, wat gezellig...
Maar Suus, de jongste, 5n dreumes van vier, peuterde aan de bootwand. D’r kleine, zwarte vingers wreven 5t zand weg, dat ’r 5n scheur in ’t ovaal kwam.
£Mien, se maakt 5t schip kepot,5 waarschuwde Truus.
‘Laat je staan, lam dier!’ dreigde Mien; ‘blijf-ie d’r af, schaap! Anders mot je d’r uit. Plak jij ’t weer is dicht, seg! Motte we verdrinke?’
‘Je kan ommers niet verdrinke,5 zee Treesje bangerig: ‘hoe kan je op sand verdrinke?’
5t Is geen sand,5 hapte Mien haar af: ‘je siet ommers wel dat 5t water is. En as 5t water in de boot loopt, dan sakke we allemaal...5
‘Nou dat sou 5k wel is wille sien,5 lachte Trees benepen. ‘Sisch! Susch! Sisch! Susch!5 stoomde Dirk.
‘Hè!5 schrikte Truus.
Over de spoorbaan, onverwacht uit de bocht, gromde een trein, de rails bedreunend.
Een gillende, snijdende waarschuwkreet ontspoot de locomotief.
Wit-stuivende damp met laaiende vlamspuwinkjes, braakte uit de schoorsteen.
‘Sisch! Susch! Sisch! Susch!5 spurtte Dirk, jagend om de trein bij te houden.
Suus was opgestaan, stapte met de kleine beentjes over zand.
‘Zal je d5r in komme!5 kommandeerde Mien: ‘akelig dier - anders blijf-ie d’r uit!...5
‘Nee - se leit in 5t water,5 phantaseerde Dirk: ‘zal ik 5r na-springe? Wacht effen!5
102