Dolf ... Ik zie ’t nog drijven — zie ’t — zie ’t! Bij m’n andere dollemans-jacht, zag 'k niets, niets!
(naar de deur). Jij wou ’n daad, ’n daad...!
Je zult je daad hebben____
Hope. (heftig)... Dolf, ik smeek je, smeek je — doe ’t niet____
Dolf... Al zou je nou op je knieën — al zou je God
en de engelen zelf {af)
Hope... Dolf, Dolf____
Elfde Tooneel.
Hope, Dokter.
Dokter... Wat is ’r?... Waar holt-ie heen?
Hope... Hou ’m terug, Jan. Hou ’m terug! Een van de kinderen is in de sluis gevallen, drijft naar zee... Vraag niet verder... Hou ’m terug!... Ik, ik, ik jaag ’m den dood in... (Dokter af).
Twaalfde Tooneel.
Annie, Hope.
Annie (snel door rechtersuite)... Hope! Hope!... Weet je ’t?... Weet je dat Fritsje ....
Hope. .. (hartstochlelijk)... Fritsje ?... Fritsje!... De ellendelingen! (zakt op ’n stoel).
Annie... Toen Toos omkeek wou-ie ... Wat doe je?
Hope. (wild op het erkervenster toestortend, kijkt,
244