’k Zou ... (een stilte)... Ik ben aan ’t zoeken geweest ..,
Hope. (verwonderd)... Aan ’t zoeken?
Dolf. .. Naar — naar die vroegere liaison — wat ’k mama beloofde.
Hope. Zelf? Heeft je „detective”...?
Dolf. .. Ik heb ’t persoonlijk, persoonlijk — zonder hulp — gedaan. Heb je daarvoor geduld?
Hope. Als ’k ’r u ’n genoegen....
Dolf. ... Na je diepe, barre verontwaardiging, dien dag, ben ’k eerst woest op je geweest, heb n paar weken op de lamste manier tot laat in den nacht gefuifd — je krijgt alles, alles te hooren! — om me
te „wreken” En als ’k katterig thuis kwam,
liep ’k met de meest onzinnige gedachten, hoe ’k jou je caprices — je hoeft ’r niet op te antwoorden
— ’t antwoord geef ’k zelf! — hoe ik jou je caprices betaald zou zetten ’k Wou met Snip — pardon: Madame Lebeau trouwen — stel je voor, hahaha!
— ’t zoii ’n pan zijn geworden, hahaha! —Madame Lebeau op den Burgelijken Stand — om burgemeester Haan kippetjesvel te bezorgen — Hope krabbel niet achteruit in je stoel — ik kan me niet hééle-maal .. niet heelemaal in ’n andere huid steken — en omdat je daar even vriendelijk keek, kwam de ouwe natuur... Exit... Nou zal ’k elk woord beloeren ... èlk ... Mag ’k ’n slokje nemen? ’k Heb dorst.
237