dat de politie in Heerlen niet voor niemendal een telegram uit Amsterdam had ontvangen, zei ze met dikke ogen van medelijden: ‘Zijn ze hier allemaal beduveld! Zijn ze van godverlaten! Huil nou niet langer, meid!’ Ze snoten haast tegelijk hun neus, toen ze de slaapkamer inkwamen en tante Toos voor het eerst haar grote, zieke neef en de wolk van een meid in de wieg zag.
‘Dag jongen/ zei tante, hem links en rechts pakkend. ‘Dat is voor je verjaardag.’
Hij zei geen woord, keek haar enkel schuw aan en veegde, terwijl ze zich naar de wieg omdraaide, zijn mond af. Want tante, die last van haar op haar gezicht had, was zo dom geweest al heel vroeg met de schaar te beginnen. Zo’n rasp had zelfs vader niet als hij in geen twee dagen bij de barbier was geweest.
‘Een engel/ zei tante, nog eens haar neus snuitend - enne toen had hij de vreselijke lol dat de vlinder op de blommetjes van haar hoed ging zitten.
19
Terwijl tante Toos, naast moeder, bij het raam, zomaar op vaders netjes gevouwen werkpak neergeslonsd, alles van haver tot gort moest weten en er telkens of er diefjes in de kamer waren, zo zacht gefluisterd werd, keek het jongetj^de vrouw, die zijn tante heette, omdat ze een zuster van moeder was, met ogen die niets lieten slippen aan. Ze had van alles tweemaal: tweemaal moeders neus, tweemaal moeders mond, tweemaal moeders kin en dan nog met een verlengstuk in de breedte eraan, tweemaal moeders lichaam. Gos, gos, wat een dikke bovenarmen en een dik gemoed, of alles moest barsten. Ze at zeker elke dag kamemelkse pap, mergpijpjes en varkenskluifjes - haar garen handschoenen zaten zo gespannen dat haar polsvlees in kringetjes opbobbelde - haar gouden ring wrong tussen twee bergjes vet in. Ze leek precies de moeder van moeder. Want haar haar was met hele slieren wit erdoor. Als tante naar hem keek, zocht hij de sprei af, om zich een houding te geven en bewriemelde dan het papieren pakje, dat ze als verjaarscadeau voor hem had neer gelegd en dat zo stevig dicht was gesjord, dat er
126