Biecht eener schuldige

Titel
Biecht eener schuldige

Jaar
1905

Druk
1922

Overig
2ed

Pagina's
222



86

„Vanaf ’t oogenblik,” biechtte-ie lachend: „dat je je huishoudboekje dichtklapte en in dat cahier begon te schrijven.”

Met z’n oude poenigheid boog-ie zich over ’t Dagboek. Voor-ie ’n lettertje gezien had, rukte ik ’t weg, borg ’t in de nécessaire.

„Pardon voor m’n onbescheidenheid,” zei-ie neerzittend: „was je aan ’n roman of zoo iets bezig?” „Nee.”

„Aan wat dan? Je dee zoo ernstig, zoo buitengewoon, zoo ongemeen.”

„£a ne te regarde pas,” zei ’k ferm.

„Waar is je man?”, vroeg-ie z’n handschoenen ontknoopend.

„Uit de stad.”

„Dat treft,” praatte-ie lachend: „ik ben ook cavalier seul — Lies is naar ’r zuster.”

„Zonder goeien dag te zeggen?”

„Ja.”

„Da’s beleefd.”

„Ze zou ’n woordje schrijven, ’k Heb ’r gister weggebracht. Bij niemand heeft ze visites afgelegd. Mag ’k rooken?”

„Je vraagt niet of je blijven mag,” zei ’k, quasi. „Dat hoef ’k niet te vragen,” lachte hij impertinent: ,/k wéét dat ’k aangenaam ben.”

„£a c’est fort,” lachte ’k mee.

We hadden zoo’n beetje den flirttoon te pakken — wij ongevaarlijke ouwe menschen.

Hij knipte z’n sigaar. Ik schelde.

„Wil je wat gebruiken?”, vroeg ’k.

„Nee. ’k Zal niets gebruiken. Dat schellen had je

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.