Biecht eener schuldige

Titel
Biecht eener schuldige

Jaar
1905

Druk
1922

Overig
2ed

Pagina's
222



i87

„Hij doet zoo lam — nou ik ’r mee zit — en hij is doleerend..

„Wat hindert dat?”

„Wij zijn toch roomsch — me moeder verzuimt geen dienst — u weet da’k iedere Zondag me plichte mot waarneme! O, o, ’k heb in geen weke ’n oog dicht gedaan.”

M’n hart liep bij ’r hartstochtelijke klachten over. Als je an ’n vreemde, je mevrouw, je teerste geheimen vertelt, moet ’t spannen.

Wat zijn we ’n egoïste diertjes!

Nachten had ’k met mijn verdriet, mijn eenzelvige gedachten wakker gelegen, enkel door ’n plafond van ’n andere vrouw met ’n ander heftiger leed gescheiden.

De stakker — werken, sloven, attent zijn — aanspraak aan niemand.

„Hou je van ’m ?” vroeg ’k.

Ze knikte.

„Hij niet van mijn," bekende ze: „eerst je gek maken — dan onverschillig — vin ü dat fatsoenlijk?” „Lange na niet. — Zal ’k je moeder laten komen?” „Nee, néé, mevrouw ’k spring liever ’t water in — u ken me moeder niet — me vader niet. Nee, nee — in Godsnaam niet!”

,,’t Is toch beter dat iémand ze voorbereidt!”

„Nee, mevrouw!”

„En als-ie je trouwen wil?”

„Als ie,” herhaalde ze zoo smartelijk, zoo van alles verlaten, zoo in diepsten twijfel, dat ’t me door m’n ziel snee. „Wil ik, of meneer met hèm ’n woordje praten?” „Meneer niet — meneer in geen geval.”

„Ik dan...”

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.