Biecht eener schuldige

Titel
Biecht eener schuldige

Jaar
1905

Druk
1922

Overig
2ed

Pagina's
222



i79

’t Eerst herkende ’k de lampekap in de slaapkamer. Toen ’t aannevelend gezicht van den dokter, die m’n pols in z’n hand hield.

„Voel je je wat beter?”, zei Eduard zich over me buigend.

„Wat is ’r?”, vroeg ’k met ’n gevoel van eindelooze verzadiging, alsof me iets héél-goeds was geschied, iets van nawerkende verrukking.

„Niets, niets,” praatte Jansen gemoedelijk: „u heeft ’n flauwte gehad — de avondlucht in ’t rijtuig heeft u bevangen.”

Van de oogen van den dokter keek ’k naar die van Eduard.

Iets van ’t woest sterren-gedein leefde na — en de twee mannen bij m’n bed vergetend, begon ’k redeloos, hartstochtelijk te snikken.

„Laat ’r huilen,” zei Jansen nog: ,,’t zal ’r goed doen”...

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.