Biecht eener schuldige

Titel
Biecht eener schuldige

Jaar
1905

Druk
1922

Overig
2ed

Pagina's
222



i78

Machteloos leunde ’k achterover, ’t hoofd op de ingeslagen kap van ’t rijtuig, enkel ’t warrelend gegolf der sterren ziend. Dat-ie nou nóg eens begon. Dat-ie geduldig aanhield. Dat-ie ’n vrouw wóü, die ’m niet ’n stemming, niet in voorbijgaande ontroering, had afge-stooten. Dat je weer èn kalm èn zonder drift ’t gestorven-zijn van je genegenheid moest herhalen — in de rust van ’t Bosch, waar de weemoed uit alles aan scheen te sluipen.

„Als je,” sprak ’k dronken door ’t vluchten, ’t jagen, ’t ijlen der sterren, gelijk met ’n diepe walging voor de dingen die ’k zei: „als je dan wil — wil bij ’n vrouw die niet van jou — die van ’n ander houdt — misschien ook niet van ’n ander — maar in elk geval niét van jou — doe ’t dan — wanneer je wil — vannacht — morgennacht ’k ben de eenige niet — ’k ben beu — beu van m’n tegenstand”...

„Denk je,” zei-ie driftig-fluisterend: „dat ’k op diè manier... ? Je ben toch geen publieke vrouw, die ’k betaal?”

„Juist daarom, ” hijgde ’k, m’n oogen sluitend, duizelig door ’t spel van sterren en takken.

„Nou kun je op je knieën voor me kruipen, eer ik je dat óóit weer vraag, idioot!”, snauwde-ie ingehouden voor den man op den bok, die stram de zweep hield gestrekt.

De victoria schommelde. M’n koud-vochtige oogen keken opnieuw naar ’t wilde gedraaf der blauwe, tintel-witte, vonken-striemende sterren, ’t Was ’n gestort, ’n vallen, ’n wijken, ’n branding van pijndoende lichtjes tegen de glijding van ’t rijtuig in...

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.