161
de afspraak blijft. Ik wil weer respect voor mezelf krijgen” ...
„Zonder rillerige nonsens voor ’n ander in je kop!”, viel-ie nog eens verwoed uit: „zou je er niet zoo overspannen op los zwetsen!”
„Ik ben niet overspannen.”
„Dat ben je wel. En hoe!”
„En èls ’k 't ben?”
,,’n Vrouw van bij de veertig, die verliefderig doet, bah I ” „Je had eerder ’t recht bah te roepen, als ’k je bedroog — voorloog.”
„Je liegt dan toch van Joosten!”
„Dat doe ’k niet” ...
„Dus — dus — met andere woorden — je heb de ongehoorde zotheid je eigen man te vertellen dat je op ’n ander verliefd ben?”
,,’k Zou die zotheid hebben, als ’k niet in ’n impasse, waaruit toch geen uitweg is, vast was geraakt,” zei ’k dof en met gloeiende oogen: „waarom zou je zoo iets niet mogen zeggen? Waarom niet? Als ’k ónafhankelijk was, zou ’k ’t dan niet doen ? Sta je als man en vrouw eerlijker tegenover mekaar — en fatsoenlijker — en gelukkiger — en met meer evenwicht — als je over je gevoel heen liegt? Jij kan me toch niet dwingen, niét van ’n ander te houen? Je heb ’t toch niet eens in je macht gehad, me voor jou te bewaren? Wat wil je dan? Wat verlang je dan? Moet je dan eerst overspelig worden, om ’t je man duidelijk te maken, dat ’r ’n breuk is? ’n Breuk van binnen... Wor nou wéér niet opvliegend — jij kan jezelf toch niet zóó bedriegen, dat je zonder aarzeling gelooft ’t niet buiten me te kunnen stellen? Misschien ben ’k ziek — opgewonden —
Biecht eener Schuldige. n