Biecht eener schuldige

Titel
Biecht eener schuldige

Jaar
1905

Druk
1922

Overig
2ed

Pagina's
222



156

De Sabijnsche maagdenroof! Hahaha! Doe jij ’r wat tegen! Hahaha!...”

Met ’n zachten smak viel ’k op ’t bed, maar nog vóór z’n lippen m’n mond hadden aangeraakt, gestriemd door z’n ruwheid, z’n hinderlijke vroolijkheid — bij de avondboterham had ’k me al over z’n luidruchtigheid verwonderd — societeit-stemming — nu óók driftig, omdat-ie met geweld wou, wat ik wou ontwijken, duwde ’k ’m terug, en alsof dat gebaar niet genoeg zei, sprak ’k heftig:

„Nee — ’k wil niet — ’k wil niet — da’stoch duidelijk!” „Zoo,” zei-ie bedwongen: „waarom niet?”

„Dat hèb ’k je al gezeid.”

„Wat heb je me gezeid?” vroeg-ie bot.

„Dat ’k niet goed in orde ben. Dat moest je respec-teeren — niet zoo ungentlemanlike tekeer gaan.” Verwoed, doldriftig, greep-ie den lucifers-standaard, streek tweemaal mis tot ’t vlammetje z’n hand door-roodde, opnieuw doofde.

’n Oogenblik later rammelde de gaskroon aan de kettingen, overplaste ons ’t licht.

De handen om de knieën slaand, zat ’k onbewogen op de peluw, terwijl z’n dreigende oogen niet van me af waren. Nu ging ’t komen. Met ’n blanke onverschilligheid wist ’k dat ’k zonder verdere uitvluchten, antwoorden zou. Toch, halfheid van ’n vrouw, voelde ’k nog iéts dat op meelijden leek.

„’t Moet voor eens en voor altijd uit zijn,” sprak-ie snijdend, en z’n hand die in stupiede boosheid den lucifers-standaard in ’n hoek had gesmeten, dat de lucifers tegen ’t behang regenden, bemokerde ’t eikenhout van ’t bed.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.