138
weerlicht noch spot als ze bang zijn kunnen velen, vroeg ’k respect voor m’n overtuiging.
Waarom respect voor de overtuiging van den eersten den beste, die zich katholiek, jood heet, om ’n paar overtuigingen te noemen — waarom géén respect voor het wijs Ongeloof, dat zich geen knollen voor citroenen laat verkoopen?
Waarom de Domheid als iets eerbaars te huldigen, te sparen, en de Waarheid als ’n alkoofverschijnsel te omliegen ?
Zoo schetterde ’k ’r op los.
Gaf dat geschetter niet de eerste sympathie tusschen mij — en Luuk Joosten?
De zaligste levenszekerheid...
La vie est breve.
Un peu d’amour,
Un peu de rêve Et puis bonjour!