Z o n d a g.
Als ’k even tijd heb, ga ’k liggen. Wat is m’n hoofd leeg, rampzalig-leeg, diepst-ellendig leeg! Hoe kun je -dagen en weken, als in pijndoende levenloosheid voortbewegen. Wat ’n doode, doode uren, waarin je praat zonder ’r bij te zijn...