133
,,’k Weet ’t niet.”
„Da’s ’n grapje dat je geen tweeden keer uithaalt! Versta je? ’k Heb geen lust de risée van ’n meid te worden! De kuren! De krankzinnige kuren!”
Bol-opgewonden liep-ie naar de slaapkamer terug, dreunde de deur zoo achter zich toe, dat er kalk van ’t plafond schilferde.
M’n verkleumde voeten op de sofa trekkend, luisterend naar Corrie’s geloop, kreeg ’k de eerste herinnering aan den avond.