Biecht eener schuldige

Titel
Biecht eener schuldige

Jaar
1905

Druk
1922

Overig
2ed

Pagina's
222



124

„De zaal was warm — vond je niet?”

„Jawel. ”

„Hoe kan Eduard zoo vergeetachtig zijn. Dat gebeurt ’m telkens.”

”Ja-

„Heb jij je niet geamuseerd, dat je zoo stil ben?”

„O, jawel.”

’k Hield op — niet wetend wat verder te vragen, te zeggen.

Hij keek uit ’t eene raampje, ik uit ’t andere.

Langs de vensters van ’t rijtuigje schuifelden voorbijgangers, naar binnen kijkend. Dichtbij klonk ’t gekerm van het orgel uit ’n draaimolen.

Toen schrikte ’k. Hij had m’n hand genomen, vroeg ongewoon zacht:

„Ben je die veertien dagen héüsch ongesteld geweest — Gre? — Hoor je niet?”

„Je kon dat wel vragen,” antwoordde ’k onnoodig scherp: „zonder zoo lief te doen — als hij ’r niet bij is...”

Dadelijk liet-ie de hand los, die in m’n schoot teruggetrokken, een zacht-trillende warmte behield.

„Pardon,” zei-ie enkel.

’k Dacht dat-ie méér zou zeggen, maar met 'n nijdigen trek op z’n gezicht, leunde-ie achteruit, ’t Licht van de lantaarn bekwijnde z’n mond, z’n baard, liet z’n oogen in ’t duister, ’k Wist niet of-ie me ankeek. Drie weken lang niéts van je laten hooren, geen boodschap sturen, geen briefkaartje — aan tafel hinderlijk spotten — dan opeens frech doen in ’n coupé, als je meent ’n gentleman voor je te hebben ... Merci.

We zwegen, ’n Troep warm-klittende jongens en meiden, paarsrood, bezweet, hoste de straat af, joelde — uit

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.