Biecht eener schuldige

Titel
Biecht eener schuldige

Jaar
1905

Druk
1922

Overig
2ed

Pagina's
222



122

met ’n gezonden honger, nóg eens nemend — toeval dat we genoeg hadden! — hield hij ’t gesprek op. Bij ’t mager dessertje van peren en pruimen — in den fruitwinkel staat ’n rekening van maanden — zei Eduard langs z’n neus weg, dat ’k ’n kleine veertien dagen te bed had gelegen. Behoedzaam ’n peertje schillend, keek Joosten op: „Ben jij ziek geweest?” zei ie, in onplei-zierigen koffiehuistoon: „Jij ziek? Allons donc! Je ziet ’r als Hollandsch welvaren uit!”

„Precies mijn idee,” plaagde Eduard: „ze weet zelf niet wat ’r mankeerde — en Jansen nog minder.”

„’k Heb komedie gespeeld,” lachte ’k beschaafd ’t klokhuis uit de peer wippend — innerlijk ontstemd.

Kwart voor achten kwam ’t rijtuig voor, ’n kleine coupé.

Joosten leunde over ons op ’t achterbankje, knie aan knie.

„We zitten niet makkelijk,” zei hij. „Knietjestoestand,” lachte Eduard, die aan tafel ’n stevig glas wijn had gedronken.

,,’k Hinder je toch niet?”, vroeg Joosten, allermalst doend om zich mager te maken.

,,’n Beetje,” zei ’k stug — en met overleg liegend —: ,,’k raak de pajetten van m’n japon kwijt.”

„Wil ’k bij den koetsier op den bok klimmen?”, vroeg-ie nog eens.

„Ben je dol!”, lachte Eduard onbehagelijk: ,,’k heb wel ’ns gepakt er gezeten, hahaha!”

’t Rijtuig reed door de schemering van ’t Bosch. Gewiegd door de schommeling na ’t eten, zwegen we ’n poos. Af en toe dook ’t licht van ’n lantaarn in de donzige kleinheid van den coupé, de gelaten traagjes

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.