Biecht eener schuldige

Titel
Biecht eener schuldige

Jaar
1905

Druk
1922

Overig
2ed

Pagina's
222



120

„Zenuwen,” zei ’k, me bedwingend om niet erger los te komen.

Hij begreep ’r niets van, deed lief, wou me zoenen — ik werd koel.

Toen nam-ie uit z’n humeur de krant, las, las slaperig en geeuwend, als gewoonlijk tegen bedtijd — en ik, meegeeuwend, ’t hoofd op de handen, keek suffig in ’t lamplicht, naar de lampekap, die ’n kerkhof van dooie, stuiptrekkende diertjes geleek.

’k Zou meer van de smal-bleeke vrouw, die ’k lepeltjes koffie zag tippen, willen weten.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.