en dertig jaar geduld met 'm gehad . . . — ze
jokte ’r tien jaar bij, en ze kon dat doen, omdat Kobus 'r door 't glasblazen, door z'n ouwelijk-vermoeide gezicht en de kale knikker inderdaad veel ouwer uit-zag .— : ,,ik heb 'm gesoebat mee na de kerk te gaan, z'n plichten waar te nemen, en teminste dat voor me over te hebben, maar nee ! 'r Is geen ondankbaarder tuig as kinderen, en as de vrouw, die ooit zinnigheid in 'm krijgt, zich op de dag van 'r trouwen met 'n steen an 'r nek verdrinkt, kiest ze de wijste partij . . .
Toen spraken ze verder over ditjes en datjes langs mekaar heen — Friedel, die altijd wat an 'r lichaam te prutsen had, wreef 'r parelmoeren nagelschelpjes met 'n zakdoekje-buiten~'r-stand, en tante Toos, die niet stil kon zitten, stopte met opzet de meest stukgelopen sokken van Kobus, en om de zoveel rijgsteken klaagde ze over de alles vernielende voeten van 'n man van over de veertig, die te lui was, om van sokken te wisselen, tot-ie voor schandaal met flarden en gaten rondliep.
Friedel stapte om half elf op. "Wetter had door ;n jongen, die in de buurt woonde, de boodschap laten weten, dat ’t wat later zou worden, omdat-ie op Godefroid Mourier buiten 't Politiebureau bleef wachten ■— ze was nog niet de hoek om, toen Kobus, die geschildwacht had, en nou alles van nicht Anna, in kleuren en geuren te weten gekomen was, op ;r toe liep, en met ;r mee naar de W'etterse woning opwandelde. Hij begon met z'n excuus over z'n lomp optreden te maken ■— die Mourier was 't doodtrappen niet waard, die was 'n doorgewinterde schobbejak .— maar hij had niet mogen vergeten, dat zij en 'r vader bij
172