zit .... D'r bennen mannen, die door de natuur angewezen zijn om niet te trouwen, omdat ze elke vrouw dood-misselijk van ellende mótten maken .... Zo is mijn zoon, is van alles niks .... En werachentig waarheid is waarheid .... Ik voel me bij tij jen of 'k m o e d e r naakt- al 1 een op de wereld sta ..... Most zo'n stuk iesegrim nou zo uitvallen, omdat wij ;n medemens ’n handje geven, om uit de modder op ’t droge te komen .... Een net mens en iemand om veel van te houen .... As jij ooit 'n man neemt, Friedel, pas dan op, dat je niet in de mieserigheid van 'n polderjongen, die zich an ;t meubilair wreekt, as je ;m tegenspreekt, valt . . . . 'n Man mot goed zijn, gelovig en zachtzinnig. Mijn zoon is van alles niks .... En werachentig soms ziet-ie 'r door z’n zure gestel nog ouwer as je vader uit .... Ik had tienmaal liever 'n dochter gehad."
Nou was ze ’r, en terwijl ze 't treurig beeld van de verdorven zoon, de zich voor niks moeilijk-makende, uit z'n evenwicht van pijpjes-kluivende geslagen, geduldige Kobus, opzettelijk vervalste, had ze 'r al dadelijk spijt van ■— maar ze kon 'm niet missen -— en voor dat t mooie vrouw-kind bij haar over de vloer was gekomen, had je met 't karretje van je eigen huishouen nooit last of moeite gehad ....
,,Als u als moeder, die hem zoveel langer kent, dat zegt," babbelde Friedel mee : ,,zal het wel zo zijn .... Maar iek viend hem een aardig en lief mens .... En met gedoeld bereikt men juist bij zo iemand een hele boel . . . ."
,,Een aardig en lief mens I" viel tante Toos gemelijk uit : ,,en geduld 1 Ik heb meer as zeven
171