Vuurvlindertje

Titel
Vuurvlindertje

Jaar
1925

Pagina's
223



XIV

Kobus had 'r geen gat in gezien voor de begrafenis van iemand, die geen familie van 'm was, vrijaf te vragen -— Koert, bleek van ’t twee nachten liggen woelen, en met ogen zwemmend in tranen, had 't van z'n baas gedaan gekregen. Zo waren ze met z'n vijven, de vader, tante Toos, Friedel, Koert, Leentje, achter ’t withouten kistje met de zwarte lap, op ’t kerkhof aangestapt. Eerst had tante Toos, bij 't dwingen van 't meisje, knorrig nee gezeid .— die narigheid was geen gezicht voor kinderen -— maar an ’t eind had ze gedacht : ze liepen altijd met d'r drieën, en voor zo'n ongezeggelijke wildzang was 't misschien zo kwaad niet, as ze wat vroeger leerde begrijpen, dat ’t leven niet enkel brutale antwoorden en snoepen bleef.

’t Was na 't rauwe weer van de laatste dagen, na de ijskoude Noordenwind, de sneeuw en de hagelslag, 'n bijna zoele lente-morgen. In de uitspalkende naald-takken der wilgen tjilpten hele scholen mussen, die amper zwegen, toen de kleine stoet voorbijtrok, en dadelijk weer 'n bek opzetten of ze honderd-uit te beweren hadden over Gode-froid Mourier, met z'n van Wetter geleende hoed en jas, over 't dorre hijgen van tante Toos en over 't spektakel der kiezelstenen, die door de klotsende horrelvoet van de jongen tot over de grasbanden heen-stoven. Lekker-warm als 't in 't zon-

l%>2

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.