Hij stond op en keek naar de sneeuwjacht buiten.
„Wll-ie dat prachtige schip nog niet hebben ?” „Nee,” gromde-ie, zonder om te kijken.
„Mag ik 'm dan vragen o£ ik 'r één keer mee spelen mag ? 'k Zal 'r niks an kapot maken .... As hij weer van de fabriek werom komt, en 's Zondags, ken hij 'r weer mee .... "Watte ? . . . Zie je nou wel da-je toch staat te huilen . . . . W^aarom zegt zo'n grote lobbes de waarheid niet ? . . . Jakkes . , .
i5x