in vroeger jaren teilen water, om 'r man as-ie uit de mijnen kwam, te poedelen, de trap op hadden gedragen, en die nou moeite hadden, om 't verwoede meisje te bedwingen. Boven liet ze ;t kind op 't bed vallen, kon ze ’r geen woord van 't hijgen uitbrengen. Met wild-plukkende vingers trok ze de knopen van ’t jurkje los, en toen Lena ft verdraaide, om de veters van de rijglaarsjes zelf te ontpeuteren, zich op 'r buik wierp, en 'r in ft gewentel tegen *r arm trapte, gaf ze 'r in onredelijke drift-oprazing 'n waarachtig pak slaag. Toen, niet huilend, niet getemd, zich verongelijkt voelend, omdat ze altijd *r zuurkool had laten staan, en tante wist, dat ze al ziek werd van de haring-lucht, en ze de afstraffing niet meer verdroeg, sprong ’t meisje van de behangselwand, waartegen ze gestruikeld was, naar de op de stoel bij 't bed in hartkramp hijgende vrouw, en ranselde 'r met de wraakzoekende handjes in 't volle gezicht, 't Gaf 'n akelige stilte in de dakkamer. AVant terwijl Le entje in angst voor de stevige knuisten van de vrouw, na die daad-van-geweld, zo ver weg as ze maar kon bukte, om op haar beurt ’n paar suizelende meppen om de oren af te wachten, dee tante Toos niks. Ze leunde zachtjes achterover en sliep met wijd-open ogen. Dat gaf de stilte, de ontredderende, verbijsterende. Angstig naar 't ogenwit der door ;r gegroefde mond hortend adem uitstotende vrouw kijkend, 'r niemendal van begrijpend dat tante 't zich liet doen, wriemelde Lena de in de knoop geschoten veters stuk, en begroef zich voor alle zekerheid onder 't dek. Buiten, in de rust van zonne-gelach, de stilstand van zwarte bomen en struiken, zilver-
1 25