„Slik door, lastig merakel V’ zei tante Toos, die de kunsten kende : „ik zeg je slik door I” Toen nam 't kind 'n heel-grote slok water uit ’r glas met de betraande en strepies biggelende rand, en spoelde ’t vergift omlaag. En omdat ze 't waarlijk om te besterven vond, rilde ze dat 'r kleine schouders 'r bij schokkerden.
„Mag ze de rest nou niet laten staan, tante ?” vroeg Koert, de partij van de gekwelde zuster nemend.
„As 'k je nodig heb, zal ik je roepen 1” gromde de vrouw, en 'r vingers tintelden van zenuw-opwinding. Ze liep zo driftig de kamer uit naar ’t keukentje, dat ze onderweg de vorken en messen van ft zigzaggende bord verloor.
Kobus, die meende dat ze ’t opzettelijk dee, klompte z'n stoel wrokkig opzij, deukte de hoed op *t hoofd, en zonder goeiendag te zeggen, smeet-ie de deur achter zich dicht.
,/k Zal je 'n handje helpen,” fluisterde Koert, zich naar ’t volle bord buigend ■— maar net toen-ie in beraad was van welke kant ie mee zou happen — je kon geen onderscheid zien tussen wat ze al ééns en wat ze nog niet in ’r mond had gehad ■— stuntelde tante de kamer weer in.
„Vooruit 1” snauwde ze, helemaal uit 'r doen, omdat 't dichts makken van de deur ’r ’n hartklopping bezorgd had, en ze moeite had 'r niet in 't bijzijn van de twee snotneuzen op los te grienen : „Vooruit 1 'k Hou *r geen losjement op na, waar de tafel gedekt mot blijven 1 Ga met je bord bij ;t raam zitten 1 Ben je blij dat ’r weer ruzie door jou gekommen is I Al kauw je d;r over tot vannacht twaalf uur : op zal 't .... Is kijken wie de