Kiekjes

Titel
Kiekjes

Jaar
1926

Overig
I, Jodenbreestraat-Waterlooplein

Pagina's
208



94

tiscli wonder. Ze roepen de acht-uur-werkers wakker met hun negotie. Ze jagen de acht-uur-uitganers naar bed met hun negotie. Op Sjabbes dood-sappelen, op Zondag weer. Wat ’n antieke Joden-kracht! Door-waaid en door-weekt, verzweet en verheescht, af gezwalkt en afgeduwd komen ze na acht-tien-uur per dag thuis met minder dan die droog en warm, geschaft en geschaterd, acht uren „erop heeft”. Beiden kunnen dat tellen, wat ze gekregen hebben, maar de venter alléén kan „ingeschoten” hebben. Dus gezwoegd, om geld bij te passen. Dat is slavenij. Dat was Egypte. Die acht-uren-soldaten zijn knechten, die-al-uren-athleten zijn slaven. En daarom vereer ik de venters, ook al zijn zij Sabbatschenders. Dan denk ik aan de voorouders en zweer, dat ’t Jodendom niet sterft, zoolang zij leven.

Waterlooplein in Nisan. De levende „goode”, de ademend-echte „seider”. Werk-woede, zwoeg-ziekte, sappel-manie. Zelfs de Egyptenaren tast ’t aan, als ’t tegen hun Paschen gaat. Zelfs de overheid zwicht en laat ze tegen Pésach ook op Zondag het veld.

Egyptenaar.

Wat-ie wil? Kijk dan. Hij verkoopt „moorer”. Dat heb je nog nooit durven dichten. Dat ’n Egyptenaar op ’t Plein met ’n kar-met-moorer staat. Die rood-harige boer van ’t veld, verleden jaar voor ’t eerst zie ’k hem. De Egyptenaar, die ons het leven verbitterde op ’t veld, daar staat-ie dan met bitterkruid! Is de waarheid niet zotter dan de dwaasheid? Kijk ’m z’n knoesten zwaaien! Wortel-bonken bitter, den Joden voorgehouden, om er ’n brooge over te zeggen. En tegenover hem staat ’n Jood met ’t kruid. En dien Jood verbittert hij met zijn bitteren beet. U kent de Joden toch. Als ’n Jood er staat met bitterkruiden en ’n Egyptenaar ook, van wien moeten ze dan bitter-kruid hebben? Van Jijssie of Jan? Van Kalme of Klaas? Van Pinnie of Piet? Natuurlijk van Jan, Piet of Klaas. Als op hoek-hier ’n Jehoede met bokkes staat en op hoek-daar ’n oets-boer met gehuurde pof-broek, baaien wammes en zuidwester, door wien wil ’n Jehoede dan „genomen” worden? Natuurlijk door dien kloumesj-Kees.

Kijk ’m kijkers trekken, hoor ’m koopers kraaien! Hun oogen trillen om de gena van zijn ja. Hun handen rekken om z’n dure gunst. Z’n moorer is levend, ’t Is waar. Leem en kluiten kleven

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.