Kiekjes

Titel
Kiekjes

Jaar
1926

Overig
I, Jodenbreestraat-Waterlooplein

Pagina's
208



93

tenaar tegen massa-Israël? Weet-ie dan niet, dat ’t al nieuwe maan van Nisan is, ’n week al? Durft hij dan nog verbitteren hun leven op ’t veld, met leem en steen, met harde slavenij? Ziet-ie dan niet, dat ’t Paaschlam al gekocht is en ’t Jodenvolk zich haast en rept? Hoort-ie dan niet, dat er geen „tag-gene” meer gezegd wordt en Jodenknaapjes ’t „ma-nisjtanne” trainen? Voelt-ie dan niet, dat de eerstgeborenen gaan vasten en de linkerzijde leunen wil? Beseft-ie ’t nog niet, dat Egypte af heeft en Pharo ’t water over de lippen komt? Waarom vlucht hij dan niet van ’t veld en zoekt z’n góden op? Waarom gooit-ie z’n knoest dan niet neer en loopt naar de volle maan? Of is-ie „eirew-raav”, die met de Joden mee wil gaan en manna-eten?

Waterlooplein in Nisan. Veld van harde slavenij. Van allerhande zwoegend werk. Van leem en steen, van riet en bies, van versch en nieuw-bakken, van brood der ellende. Potten en pannen, manden en korven, boenders en borstels, emmers en teilen, borden en bakken, troggen en tobben, kuipen en kiepen, schalen en schotels, glazen en vazen, kolven en stolpen, kelken en tuilen, bekers en koppen, schuiers en schrobbers, doeken en dweilen, stoffers en kloppers, raggers en kwasten, bezems en zwabbers, sponzen en zeemen, zeepers en soppers, ziften en zeven, blikken en builen, krabbers en rasters, ratels en raspers, symbolen van werken, idolen van nooit-klaar zijn. Wie weet woester werkers dan Joden? Heeft Pharo dat geleerd? Nee, nee, dat heeft Pharo geweten! En daarom wou hij ze na twee-honderd-en-tien jaar nóóit meer kwijt. En daarom liep hij ze zelf na, toen ze weg moésten voor God, Mozes en hemzelf. En daarom verlangden ze bijna allen weer terug naar Egypte. En daarom zouden ze nóóit zijn weggegaan, als Pharo ze maar één sjabbes per week had toegestaan! Want wie den Sjabbes lief heeft, wil zich dood-werken. Die overtuigde Joden in z’n werk heeft, weet z’n eigen geluk niet. Die zal nóóit hooren mopperen over ’n cent te weinig en ’n uur te veel. Zoek het bewijs op het straat-veld. Bij de niet-overtuigde Joden. Die zeven dagen werken in de week. En zelfs de rust van ’n Jomtov nog vervloeken. Neen, niet fabriek en atelier. Daar is één-dag rusten ’n bevel. Daar is acht-uur-werken ingeranseld. Maar ga naar ’t veld! Die venters, op met den vroegsten dauw, naar bed met de laatste kou! ’t Is naar, op Sjabbes dat ook te zien. Maar ’t is ’n Egyp-

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.