Kiekjes

Titel
Kiekjes

Jaar
1926

Overig
I, Jodenbreestraat-Waterlooplein

Pagina's
208



95

nog aan de knotige knuppels. Zand en kiezel knersen nog aan de vieze vezels. Brokken modder voor blank geld. Stompen mest zoor zuiver zilver.

Jijssie tegenover Jan. Met ’n verschoonde kar. Sneeuw-papier en hagel-tandige randen. En daarop, de moorer. Dezelfde van rooien Jan, maar heel anders. Verschoond, jomtov-dik. Gewasschen, gekrabd, geboend, geweekt, geredderd. Blank als ’t geweten van Jijssie. En gesorteerd. Kale moorer, moorer met ’n pony, moorer met ’n kuif, moorer met ’n groenen kroeskop. Ai, beeldige Jijssie. Bitter-kruid naar ieder’s stand. Voor wie is die vetste moorer? Voor iemand met de dikste centen! Laat van den armen sjlemiel het bitter maar dun zijn. Mooi zoo, Jijssie, jij mag vooraan loopen in den Uittocht! En kijk Jijssie zelf dan! Gewoon al klaar voor de „seider”. Glans-wit schortje voor, als ’n sargenes. Baardje schattig grijs, als ’t zout in ’t jom-tov-dikke-zoutvaatje. Petje nieuw, als ’t keppeltje van jom-tov. Oogjes-licht als de kaarsen van Peisagavond-begezond. Wangen rozig-glad, als ’n uur vóór minge-eerew-jomtov. Waarom koopen jullie nu niet bij Jijssie, volk van voorouders? Heeft hij niet ’n „hechsjer” aan z’n kar? ’n Bewijs toch, dat ’t jomtov-dik is. Wat? ’t hechsjer natuurlijk.

Maar Jijssie „lijst” niet. Ze hebben alle maal „gijsjek” in rooien Jan met z’n kruk en z’n modder en z’n pruim. De Egyptenaar verbittert ’t leven van Jijssie op ’t veld. Met z’n leem en z’n steen.

„Loop deur nou, gauw! Gao nou an je werrik. Geen kans, faodertje. Je mot betaole wat ik seg en anders kijje verr . . . gao ba Jaassie, kejje spersiebeune kraage in plaas van móórre.”

En ze vechten om ’n goed oog van den Egyptenaar. Grijpen hem de knoesten uit z’n knuisten.

„Niet neitek. Isj hob niks sekaaf. Kaaf maar bij déém dou! Jou, bij déém dou! Ken se gazzer-sjtank voor de sijder-tisj kaafe voor jomtefdikke dijte.”

Jijssie kwaad, als er eindelijk ’n kooper, die bij den Egyptenaar bot gevangen heeft, bij hem moorer koopen wil.

Zienderoog raakt de Egyptenaar uitverkocht. Hoorder-oor heeft Jijssie geen handgift. En ’t loopt al tegen midderdag. Egyptenaar los van z’n moorer. Hij kan van ’t veld gaan. Hij plant z’n kruk in z’n arm-hol en klotst klakkend z’n krot-

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.