Kiekjes

Titel
Kiekjes

Jaar
1926

Overig
I, Jodenbreestraat-Waterlooplein

Pagina's
208



go

verjongd en deden het leven van voren af aan. Maar nu met ’n kind. En Sara kon voortaan niets meer doen zonder lachen. Vooral tegen Pesach. En Abraham lachte levenslang mee.

Zóó schatert schattig de Midrasch.

Seere.

Oud memmetje. Die leerde lachen en werken. Vroeg heel ’s morgens, laat heel 's avonds. Toch al ver voorbij zeventig. Wat werken? Voor en achter in en om en bij haar woninkje. Waarom? Omdat ’t „gedaan” moest worden. Wanneer? Eenmaal iederen dag, dubbel tegen Sjabbes, dub-dubbel tegen Jomtov. Voor wie? Voor God, voor Bram en voor haar. Wat betaalde dat? Van God gezondheid, van Bram blijheid, van haar tevredenheid. Wie hielp haar? Niemand; zij hielp anderen nog. Seere ging veel uit. Uit werken. Bij sjoogentes en bij srooretes. Ze maakte Sjabbes bij zich en bij zeker zeven in zes dagen. Niet enkel, om bij te spijkeren bij Bramz’n tentenzetten. Want de wasch bij haar sukkelende zuster was voor niets en nog wat toe achter den rug van Bram. En de grond en de gang en de trap van Bram’s-broer’s-vrouw, die geregeld tegen Peiseg ’n Jiddekindje schiep, waren ook voor niets en nog wat toe uit haar linnenkast. Maar van mevrouw kreeg ze betaald, voor iederen Dinsdag de groente maken en van mevrouw’s zuster ook, voor iederen Donderdag haar boeltje van kant maken en van mevrouw’s-man’s-moeder ook, voor iederen Zondag ’t zilver wegmaken van Sjabbes. Van tegen Jomtev zal ik maar zwijgen. Van tegen Peiseg... hou op! Eerst heeft de heele wereld haar uitgelachen, dat ze uit werken ging en later heeft de ééne halve wereld gehuild, om haar na te doen en de andere halve, om haar te hebben. Och, nu zal 'k ’t maar zeggen. Bram is door haar „Awroom oowiene” geworden. Bram was in z’n jeugd in Londen schoenmaker, in Amerika sigarenmaker. Aan z’n glad-geschoren gezicht kon je zien, dat hij z’n fillem nergens vinden kon. Komt weer ’s in Amsterdam. In de steeg aan ’t Waterlooplein, toen nog Water-gracht. Op ’t minuut van Sjabbes. Ziet hij ’n meisje staan met de handen voor de oogen, vóór ’n paar kaarsen. Blijft hij staan als gegroeid, ’n Engel? Waagt eindelijk ’n stap toe.

„Wat doe je daar, Seere?”

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.