88
worden. Wanneer? Éénmaal iederen dag, dubbel tegen Sjabbes, dub-dubbel tegen Jomtov. Voor wie? Voor God, voor Abraham en voor haar. Wat betaalde dat? Van God gezondheid, van Abraham blijheid, van haar tevredenheid. Wie hielp haar? Niemand; zij hielp anderen nog. Zij heeft iedere „sjoogente” leeren Sjabbes-maken en jom-tov-dik zijn. Dat had zij van niemand geleerd. Dat had zij uitgevonden. Eerst heeft de heele wereld haar uitgelachen, toe ze haar voor ’t eerst zagen Sjabbesmaken en later heeft de heele wereld gehuild, om dat ook te leeren. Och, nü mag ik ’t u wel zeggen; Abraham zal me niet kwaad aankijken. Abraham is door haar „Awroom oowienoe” gewoorden. Hij was zeer bereisd. Vertegenwoordiger van de firma Terach en Co., fabrikanten van awoude-zoore en grossiers in goden-afval, met connecties in Asjkenaz, Seforad, Kenaiin, Babel en Kolo-nie-ne-weh. Hij had de dochters van rijk-en-lui gezien in Seba, Chawila, Kalné en Sienar. Allemaal sjemazzel-sjneks en sjofele sjeleitses. Rijke niksen met arme nesjommes. Na tien jaar komt hij uit Javan terug naar Charan. 't Was op ’t minuut van Sjabbes. Ziet hij ergens in ’n achterbuurt, aan den achterkant van het kantoor van z’n vader, ’n meisje de handen voor de oogen doen voor ’n paar kaarsen. Blijft hij als gegroeid staan, ’n Engel? Waagt hij eindelijk ’n stap toe. „Wat doet u daar, meisje?” „Sjabbes-maken, meneer!” Van ’t ééne woord ’t andere. „Heet u Abram? Wel, luister dan even, Abram! Op ’t menuut van Sjabbes vraag je mij m’n hart en m’n hand. M’n hand krijg je, als je me de hand erop geeft, dat je uit de zaak van je vader gaat. En m’n hart, als je ’t hart hebt, om de heele awoude-zoore van de wereld naar de maan te wenschen. Centen heb ik niet, maar uitgaan doe ik ook niet. Mijn kleeren maak ik zelf, mijn eten kook ik zelf, mijn boeltje redder ik zelf. Jij gaat naar sjoel en ik maak Sjabbes. Jij leert de mannen Sjabbes-houden, ik leer de vrouwen Sjabbes-maken. Ik jouw eisjes-chaajil, jij mijn Awroom-ooweine. Ja of nee? Ja? Goed Sjabbes dan, sjoolem aleigem, mazzel en brooge! Ik heb Sjabbes, jij hebt jomtov, samen hebben we simge! Je gawweirem zullen je wel uitlachen, maar ik zal je laatst-lachen leeren.”
Sara en Abram. Abram de zaak bij zijn vader uit. Twee weken later de firma Terach en Co. failliet. Abram gaat in God’s dienst. Reist alle markten af met koosjere kippen, koosjer vleesch, koosjer linnen. Sara overal met hem mee. ’t Mazzel