Kiekjes

Titel
Kiekjes

Jaar
1926

Overig
I, Jodenbreestraat-Waterlooplein

Pagina's
208



84

op te breken. Waar? Tusschen Ai en Bet-el. Tuschen de puinschuit ten Oosten van het Waterlooplein en de Sjkoome-sjoel ten Westen. Tenten van wie? Van God en de goeie men-schen. Tent van Sara met garen en band, van Jakob met schoenen en toffels, van Rebekka met sponzen en zeem, van Izak met vijlen en beitels, van Rachel met jakken en jurken, van Jozef met kammen en spiegels, van Lea met stukken en stro.oken, van Ruben met snaps en snoeps, van Dina met kousen en sokken, van Levie met glas en glazuur, van Debora met flesch en flacon, van Juda met boord en bretel, van Mirjam met japon en jarretel, van Naftali met prent en papier, van Hanna met latton en crêpée, van Benjamin met krijt en conté, van Joche-bed met velours en moré. Bram moet morgen na morgen de tenten planten op ’n plein. Ze staan geborgen in Houttuin en Houtstraat, in diep-duffe keet en leeg-muffe loods en stank-suffenstal. Schragen en schotten, planken en plinten, bouten en binten, zeelen en zeilen, touw en tros, klamp en klos, spriet en spil, blad en blind. Naast elkaar bij dag, in elkaar bij nacht. Bram, aan jou is de opzet en de afzet. War de deelen niet, houd ’t hout uit mekaar, ’t is gepast en gepaard, kruis de kratten niet, heb soort bij soort, dat is de schraag van Lea, pas op met de planken van Levie, wissel de kraam van Jochebed niet met de stallage van Ruben, takel de klampen van Naftali niet op de staken van Lea, moer de leggers van Sara niet op de klossen van Juda, plant de boomen van Benjamin niet op de bodems van Dina! Iedere spie heeft haar sponning, iedere spijker z’n gat, iedere klamp z’n keep, iedere scharnier z’n schakel, iedere spant z’n rand. Tenten opslaan is ’n tentatie, ’n voorzienig werk voor voorzichtige handen. Dat kan Abram alleen, alleen Abram! Wat betaalt dat? Minstens twee malingen per morgen, minsten vier uitstellen van betaling per week. Voor de rest: weinig geld en veel zorg, maar lang leven en ’n span kroost. Maar Abram rookt sigaren en kan nog sparen, heeft geregeld ’n loterij-briefje en nooit 'n lommerd-briefje. Zie ’m ademzwellend trekken, aan den kar-kruk z’n buik, kop-schuddend en lijf-steigerend, als ’n paard met z’n borst tegen striemenden span-riem en z’n schoft-spieren scheukend tegen ’t lamoen.

Wie helpt hem?

„Hou an! Hoor je me niet? Duw los! Lui stuk niks, waar

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.