Kiekjes

Titel
Kiekjes

Jaar
1926

Overig
I, Jodenbreestraat-Waterlooplein

Pagina's
208



8o

Een kans roept u, ’t leven lokt uw oogen, niet uw rug. Vooruit! trapt neer, duwt weg, stoot stuk! Wat valt, is toch geen mensch meer, maar aarde, waarover je loopen mag! Slag in Waterloo. Van ’s morgens tot ’s avonds en morgen weer en overmorgen over!

Waterloo-plein.

’n Slag-veld. Strijd om ’t bestaan. Nooit gaan de wapens neer. Wreeder is er geen wee. Van ’s morgens tot ’s avonds en eeuwig over. Woedende veete tegen zorg, vloekende haat tegen gebrek, leder strijdt voor zich. Nood commandeert den aanval. Niemand wordt ontzien, omdat men niemand anders ziet dan zich. Hoort die kreten, éénzelfden klank den heelen dag. Of ’n leeuw loeit om roof, of ’n wolf huilt om prooi, of ’n hond jankt om z’n brok, of ’n kind kraait om de borst, of ’n mensch roept om brood, is alles één-toon. Beest en mensch zijn één, als er niets te eten is. De signalen van ’t plein roepen honderd kanten uit. Razende bevelen dazen warrend rond. Ze concurreeren moord, ’n Volkeren-slag, allerhande land, rassen door elkaar. Jood en Christen bondgenoot. Jood en Christen tegenstanders. Hollanders met ondergoed, Belgen met bovengoed, Duitschers met nieuwe vindingen, Polen met ouwe plunje, Franschen met oets, Engelschen met bluf, Yankees met lef. Taal is geen scheiding, geloof geen beletsel. Iedereen verstaat zorg en allen gelooven in ’t Goddank. Daar staan er zonder handgift, daar loopen er met mazzel. Bergen munitie, karren voeding, stallen uitrusting. Gloednieuw en vod-oud. Meubels uit salon en scherven uit drek. Glim en roest, fijn en vies, heel en wrak, gedragen en nog-nooit-aangehad, kristal en baksteen, doublé en dubio, bord-papier en peau-de-suède, zijde en keper, mahonie en molm, ratiné en rot. Hier de wijsgeeren en de dichters, deelen-dik, voor ’n zolletje, daar ’n onbeschreven notitie-blokje voor zevenmaal-te-duur. Staatslieden te grabbel, diva’s en prima donna’s voor ’n cent, artiesten uitzoeken twee-om-’n-cent, tusschen stads- en landgezichten voor ’n dubbeltje-de-zes. Prima-waar en ultima-rommel nog geen stap van elkaar. Zwier en zeiwel zijn buren, sjiek en sjofel heel intiem. Slag op Waterloo. Ze hangen over elkaar, om in ’t voorste gelid te komen, ze hijgen naar buit, snuiven naar bejag. In ’t hartje van Waterloo vechten de frisschen, in vonkel-nieuwen lust. Daar is ’t schoon en ongesmet, ’t linnen, de wol, ’t papier, de émaille, ’t koper,

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.