194
vroolijke vrouwen van Windsor. — Hoe leert men Engelsch? Oefeningen in het Rekenen. — Uit het leven van een dobbelaar. Bismarck en zijn tijd. — Ideeën van Multatuli. — Uit riet ziele-levenvaneen dwaas. —Beknopt Handboek voor het boekhouden. — De Wet op het failissement. — Das Musikmadel. — De anatomie van het oor. — De geschiedenis van het Parlement. — De man met de wassen beelden . . . Zoek zelf. Kijk langs. Koop niks, niks. Blijf hangen. Dat is het verschil tusschen ’n boekenstalletje en het heele Waterlooplein. Hetheele Waterlooplein verkoopt,wat je noodig hebt; ’n boekenstalletje biedt je, wat overbodig is. Op alle andere stalletjes loop je af, ’n boekenstalletje loopt je langs, Overal vindt je, wat je zoekt. Daar zoek je, wat je niet vindt. Op het heele Plein weet je je geen raad van hetzelfde. Op ’t boeken-kraampje is van alles maar één en dat nog niet eens compleet. Ik heb nog nooit begrepen, hoe iemand van een boekenstalletje leven kan. Ja, maar andermans boeken zijn duister te lezen.
„Zoekt u wat, meneer?”
„Ik weet wel, wat u zoekt!”
„Zoek dat nou maar, waar u maar wilt!”
Hij snuffelt over muffe ruggen. Slaat z’n cape even naar achter, om beter te kunnen grijpen. De herfstwind kan al aardig blazen. Volgende week beginnen de Selieges-dagen, vertelt hij aan al de boomen. Gele bladeren komen naar beneden, om het verder te vertellen aan de gele bladen van de boeken, waar ’t mannetje van leven moet. Dan waaien ze weer omhoog, om den hartewensch van ’t mannetje aan den hemel te brengen: „Schrijf ons in, in het Boek des Levens!” Daar staat 'n dure jomtev te wachten en achter hem de winter.
„Nou meneer?”
De cape bladert immer nog in ’t boek. Dat is ’n studie-zwelger, ’n op weg zijnde arts, een bijna menschen-heeler. Z’n naam mag ik niet zeggen. Laat ik hem Leefman noemen. Hij houdt de Ethica van Spinoza in de hand.
„Twee gulden!”
„Ik geef je één!”
„Legt u maar gerus weer neer, meneer!”
Als onverschillig stopt de cape het weer in ’t gelid. En snuffelt naar iets anders, vastbesloten, om Spinoza nog een halven gulden meer te gunnen.