ig2
om in de hand te nemen. En vervelend, dat ’t is! Vol met onvervulde wenschen en ongewenschte vervullingen, met bedriegende droomen en bedrogen werkelijkheid. En moeielijk te lezen, dat ’t is! Alles zonder rustteeken, achter elkaar door geschreven, te veel op de regels, te meer tusschen de regels. Onder het lezen vallen de oogen dicht en overmant je de doodsslaap. God alleen, Die niet slaapt en niet sluimert, kan ze lezen. In den hemel staan zij in heldere regelmaat geordend, de levens-afschriften der menschen. Iedere mensch heeft zijn ster. Want een ander doel hebben de sterren niet, dan den levensloop der menschen bij te houden En God kent ze allen bij naam en leest ze dag aan dag door. Maar de mensch leest andere boeken. Boeiende gekheid, dwaze ernst, domme wetenschap, geschreven, om geld te maken en niet om menschen te maken. Of hij leest en schrijft grootboeken, om zich in te beelden, dat hij wat bezit. De boekenplaag teistert de wereld. Het is de tweede zondvloed, die al het bestaande verdelgt.Onrustbarend wast hij. Boeken is’teenige, wat komt en niet gaat. Meubels worden gemaakt en verhakt. Kachels gegoten en als oudroest weer versmolten. Menschen geboren en als versleten weer begraven. Boeken worden bewaard. Uit twee menschen wordt één mensch tegelijk geboren ofwel eens twee. Eén boek wordt in duizenden tegelijk gebaard. Hoeveel stoelen hebt ge thuis? Met hoeveel menschen gaat ge aan tafel? Hoeveel portretten hangen aan uw wand? En zeg me dan eens, hoeveel boeken ge herbergt en nog bij wilt bergen! En zeg me dan eens, hoeveel ervan ge ooit meer dan éénmaal en hoeveel ervan ge ooit zelfs éénmaal gelezen hebt! Dat is de vloek van het boek, dat enkel is geschreven, om er geld voor te krijgen. Maar Goddank, God heeft ook ’n boek geschapen. Niet om eraan te verdienen, maar om de wereld verdienstelijk te maken. Heel de wereld veracht het, maar heel de wereld leeft ermee. Op Sinai werd het uitgegeven en de Joden colporteerden het over de aarde. Alle volken en godsdiensten hebben erop ingeschreven. Dat is het Boek, dat verveelt, als men het maar éénmaal leest. Dat wordt steeds mooier wonder, als men het wéér leest. Jammer, dat men dood moet, voor het nog weer eens gelezen te hebben. Daarom bidden de Joden telken jare, om in het Boek des Levens te worden opgeschreven.
Maar hoeveel Joden houden dat boek bij? Hoevelen hebben het niet eens in huis? ’n Oceaan van inkt bewaren ze in hun