190
„Niks! èh, je bint zoo dom! Kijk, die man doet zoo mit ze mond: „oe . . . oe . . . oe . . . en dan gaat ’t vanzelf,” doceert Sem.
„Dan het-ie toch geen sjoufer noodig, dan ken-ie ’t toch enkel met ze mond doen!” informeert Ben.
Maar vader is al weg. Ze stuiven hem na. Mannetje neemt z’n ransel op den rug en geeft elk der kindertjes ook ’n zacht, licht ranseltje. Wat zou daar in zitten? . . .
Wat woelt ’t op ’t plein! Wat is er toch met Waterloop ls dat ’n geluid van overwinning in ’t vroege licht? Wat valt er zóó vroeg te overwinnen? Kijk, wat ’n vreemde vroolijkheid! En wat ’n raar-dronken schepsels en in wat dollen dos! Draaien in slaap-wandelenden dans, op teenen dwarrelend met half-ontloken oogen, rondwapperend in 'n waaienden droom, bijgehouden door reutelende muziek van ’n zwaar bonzend orgel. In de Sjkoome- sjoel kijkt de een den ander aan. ’n Sjoel met ’n orgel?
Op straat plots ’n vreemde stilstand. Wat is dat voor ’n geluid? Nog nooit zoo’n stem gehoord. Uit welke wereld wordt daar geroepen? Oe ... oe ... oe .. . Muziek uit ’t metaar-huis. Staan dooden op? Om met levenden te dansen?
„Hè — ik heb me doodgeschrokken. Jij ook?”
„’t Is niks, Goddank. Narresjkat. De Sjoufer is ’t. Van je héla, hola, . . . kom, Sippie, later we verder dansen!”
Moeder is jarig. Moeder van ’n klein kluitje aarde. Koning-inne-ver jaardag. Aantreden, waanzin! Op appel, razernij! Onzin, op inspectie! Moeder zelve slaapt nog. Droomt van Gods genade, die haar in ons veilig vaderland tot honderd jaar laat jarig worden met ’n kroon op ’t hoofd en ’n troon onder de voeten. God-Vader heeft haar hef. Maar dat zijn haar kinderen niet. Die om haar welzijn bidden en de malke geen Sjabbos vergeten, verslapen dat! Maar die zijn wakker tegen Tisjrie, als Moeder Aarde jarig is, als de Koning der Koningen ook dat kluitje aarde gedenkt, waar Wilhelmina heerscht. Want haar welzijn is óns bestzijn.
Bal-tekeie! De Koningin is jarig. Of is d’r geen bazuinier geen trompetter, geen klaroenier, geen hoornist, die aankondigt, dat de moeder van ’t klontje Neder-aarde jarig is?
Waarachtig! Toe . . . toe . . . toeteroetoetoe! Heer-Blazer, wie ben je? Aha, mannetje van sjkoome-sjoeltje op het Water-