Kiekjes

Titel
Kiekjes

Jaar
1926

Overig
I, Jodenbreestraat-Waterlooplein

Pagina's
208



189

wil eerst afwachten, wat de kinderen doen. Als ze Moeder verrassen met tesjoewe en tefille en tsedooke, met berouw, gebed en deugd, zal Vader ze onthalen op leven, vreugd en mazzel! En als ze Moeder vergallen met ’t doen van géén van drie of één van drie, zullen ze lusten van Vader met dood, verdriet, sjlim-mazzel, alledrie of één van drie! Aan uw mond de bazuin! Héél choudesj Elloel! Blaas, bal-tekeie, blaas! ’s Morgens, vóór ze naar hun werk gaan, ’s middags, na het werk gedaan! Tekie’e — heb berouw en leef! Sjewooriem—doe tefille en heb vreugd! Teroe’e — toon deugd en krijg mazzel! Tekie'e gedoulo — doe alles bij elkaar en je krijgt alles bij elkaar ! ! Tekie'e — geen berouw, dan dood! Sjewooriem—geen gebed, dan verdriet! Teroe’e — geen deugd, dan sjlimmazzel! Tekie’e gedoulo — geen van drie, dan maar alle drie ! !

Bal-tekei’e.

Heer-Blazer. In de sjkoome-sjoel op ’t Waterlooplein, boven ’t metaar-huis. Daar wordt al vroeg reveille geblazen. Voor ’n stuk of tien soldaten, de vroeg-patrouille. Dat soldaatje in dien hoek komt anders nooit bij sjkoome. Maar is toch ’n trouw sjoel-militairtje, nog nóóit gedeserteerd. Op inspectie is z’n plunje altijd in orde. Geen draadje mankeert aan z’n sietses, geen riempje aan z’n fillem, geen blaadje aan z’n fille. Wat moet je zoo vroeg op post? Is dat je ransel, daar achter de deur in ’t donker van ’t portaal? O, moet je vroeg in ’t vuur vandaag? Moet je zonne-op in ’t geweer? Zoo, zoo, dus dan zijn die twee knaapjes bij je zeker je schildknaapjes. Ja, ik zie ’t wel. ’t Zijn regimentskinderen van den God der heerscharen. Dapper ooren ze mee. ’t Zal zóó afgeloopen zijn, nog één kaddisj. Klaar . . . Tekie’e! Sjewooriem! Teroe’e! Tekie’e gedoulo!! Hoor het schallen over ’t Plein van Waterloo!! Heb je gehoord, mannetje met je jongetjes? De puttertjes staan vlak onder den adem van den bal-tekeie. Ze smullen van bewondering. Aan ’t stroomende geluid uit ’n leegen hoorn. De Tekie’e gedoule is al lang weg en nog kijken ze zijn galm na. Vader heeft moeite, om ze los te krijgen van hun plaats. Zou dat Mousje rabbeine zelf zijn, die bal-tekeie? Is die stem van hem of van hem niet? Kom kinderen,vader gaat weg, ga mee.

„Dat is nou ’n sjoufer,” legt Sem uit.

„Wat zou d’r in zitte, wat zoo blaast?” vraagt Ben.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.