Kiekjes

Titel
Kiekjes

Jaar
1926

Overig
I, Jodenbreestraat-Waterlooplein

Pagina's
208



i86

ooser, als je weet, wat je zingt. En vier weken lang leeren arme moeders haar kinderen slaan en vloeken, omdat ze van de school vacantie hebben. Hoera! Leve de vacantie!

Och, maar maak je niet ongerust, meester! Gaat gij maar op reis met uw god! God blijft bij ze in de stad. Zie, hoe ze gedijen, in hun verrafeld goed en verscheurde schoenen. De stinkende stad toovert ze dikkere kuiten en kei-harde wangen. Met uw theorie moeten ze dood, met Gods praktijk blijven ze leven. De rijke kindertjes zijn toch niet gezonder dan de arme! Ziet u wel, dat er één God bestaat?

„Drie wortels voor ’n hallefie. Dikke heb ik, kijk!”

Op ’t Waterlooplein. Wat denkt u waar . . . ? Op de stoep van schóól. Van de school, die hem vacantie heeft gegeven. Van de vacantie, waarin drie meesters en twee juffrouwen gaan hooren jodelen in de bergen. Hier hoor ik hèm jodelen, ’t kleine Joodje Juda: „drie wortels voor ’n hallefie, dikke heb ik, kijk!”

Vader staat vlak tegenover hem, met rommel, die jarenlang op zolder lag en nu eens eindelijk ’n lucht je schept in de vacantie op Juda’s vader’s karretje op ’t Waterlooplein. Juda’s vader, die al twee jaar vak-vacantie heeft, zonder één dag te verzuimen. Juda’s vader, die eens de grootste weelde sleep en nu de afgesleepte vodden plukt, om ’n korreltje brood te vinden. Maar Juda’s vader wanhoopt niet, zoolang hij edelsteenen heeft, die God hem slijpen laat. Daar zit z’n oudste juweel, Juda. Of hij geslepen is? Hij schittert van verstand en van gemoed. Met z’n acht jaren is hij de beste op „’t Joode” en op „’t Kriste”. Nauw had hij vacantie van de school met die stoep, waarop hij zit, of hij begon ’n zaak in vruchten van ’t frissche land, dat voor de vacantie van z’n meesters was geschapen. Vroeg-morgens mee met buurman naar de groentemarkt, mocht hij losse wortelen rapen. Toen ging hij rekenen. Dat schreef de meester wel vaak op ’t bord. Als ’n koopman koopt . . . Theorie, zie je. Had die meester er de flauwste notie van, dat Juda van acht jaar die koopman was en uitrekent, hoe hij aan vier-en-dertig wortelen ’n stuiver kan verdienen, als ze hem niets kosten. Kijk daar op die stoep. Drie wortels voor ’n hallefie. Zoo heeft hij er zeven hoopjes van drie. Dat is dus drie-en-'n-halve-cent. Twee hoopjes van vier kleinere, ook voor ’n hallefie, dat is

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.