172
ring, verachting, voozen waan en grootheids-manie. ’t Water-looplein is de plaats der terechtstelling van heel wat bluf en chique bedrog. Daar ligt wijlen branie en in leven zijnde huichel en ter ziele gegane zwendel. Hier ligt voor ’t eerst menig onrechte man op de rechte plaats.
Menachem ben Ben-Zion is geroepen, om tot het stof te vernederen, maar dan weer uit ’t stof op te richten. Hij wijst gevallen hoogmoed een nieuwen levenswandel. Menig gekleede jas, die nooit van Sjabbes wat wrou weten, komt door Menachem ben Ben-Zion weer in sjoel, zij ’t dan ook aan ’t lijf van ’n armen bar-Jisrool. Menig pantalon, die zich onder ’t tafeltje van ’n treife-bar door ’n damasten tafel-laken voelde streelen, beleeft door Menachem ben Ben-Zion nog ’n sjabbes-tisj, al paaien hem de gebarsten handen van ’n sjier-hamangeles-wiegelenden dalfen ergens driehoog in ’n slop. Hij bekeert verkeerden en weet voor bij hun leven gevloekten via Waterlooplein nog wel ’n gaatje naar Gan-Eiden te vinden.
Menachem ben Ben-Zion . . . van z’n van? Lach, zing, jubelende toevalligheid! Troostwijk!
Mennie Troostwijk, zoon van Bensie Troostwijk. Daar waar Mennie zit, stond nog niet te lang gelee Bensie. Met en in hetzelfde. Van binnen met pracht bekleed en van buiten met armoe, ’n Ziel uit de eerste hand van God en over z’n ziel ’n vierde-handsch pakje van ’n vergeten mensch. Hij had nog nooit anders dan gedragen goed gedragen, alleen z’n goed gedrag was van hemzelf, had hij eerlijk van zijn vader en moeder ge-krregen. Zelfs z’n goppe-pak had eens ’n ander toebehoord, aan wien de enkele mouw-voering meer gekost had, dan hij van Bensie voor ’t heele pak gekregen had. Toen hing Bensie ’t weg voor Mennie z’n goppe. ’n Arm man past dalles. Mennie was d’r mooi in geweest. Toen hing Mennie ’t weg voor Bensie z’n goppe, die natuurlijk zou geboren worden en toen Bensie nog geen jaar later geboren werd, was er ’n pak van Mennie z’n hart en wel dat goppe-pak. Maar die op Mennie’s goppe tot Bensie zeiden: „u zal de goppe van Mennie z’n kinderen beleven,” waren geen profeten geweest. Bensie bracht het niet verder dan tot Bensie z’n bermitswe. Dat was geweest ’n week vóór de drie weken. In de laatste week van de drie weken werd Ben-Zion verwoest, twee dagen voor de laatste van de negen