Kiekjes

Titel
Kiekjes

Jaar
1926

Overig
I, Jodenbreestraat-Waterlooplein

Pagina's
208



XXXVIII.

i66 „M’N HART ! ! M’N HART !!!”...

Het gaat je door merg en been, slaat je aan ’t hart, priemt in je hersens, piekt in je borst, puilt uit je oogen, grijpt in je keel, snijdt door je ziel. Het is de kreet der kreten. Alle weeën van het Waterlooplein geven het over aan dien éénen gil. Dat vreeselijke kan het laatste der geluiden zijn. Nu mag de wereld vergaan, erger sein dan dit kan niet komen. Zóó scheurde Jere-mia’s keel, toen hij Jeruzalem den geest zag geven.

•„M’n hart ! ! M’n hart ! ! !” . . .

Hart-verscheurend. Daar komt ’t vandaan, uit 't hartje van het Waterlooplein, bij het darmkanaal der stegen, achter de longen van ’t hijgend lawaai, onder de wervels der negotie, tusschen de aderen van ’t vertier en de zenuwen van ’t verkeer, in den omloop van ’t metalen bloed, pompend ’t geld uit den zak van den een, stortend in dien van een ander. Daar ontspringt de verterende kreet uit ’n menschen-mond.

„M’n hart ! ! M’n hart !!!... Loopen jullie m’n hart niet voorbij . ! ! Ik snij ’t open ! ! Hier pak an! Steek der’in, prik der’in, steek maar, prik maar, eet maar ! ! En als je m’n hart niet lust, neem dan m’n lever, hier! Oi, oi, oi, oi-je, oi-je, oi-je ! ! Wat twijfele jullie, wat staan jullie daar nou mit je lippen op mekaar? Durreve jullie niet, geen lèf, geen hart? Aha, daar komme ze al, dat heb ik wel kenne denke. M’n hart, m'n hart. Steek der’in, doop ’t in ’t rooie bloed, oi-je, oi-je, oi-je, o-waai, o-waai, o-waajewaaiewaai ! !”

Kijk ’m dat mes maaien in z’n hart! Ziet ’t ’m sikkelen door z’n lever! Spiesen geeft-ie den menschen in handen, glimmend van wellust en gier. Hij gilt met z’n hel-lach, als ze aanvallen op z’n hart, als ze ’t door en door boren en harte-lustig versmullen; hij raast van vreugde-pijn, als ze z’n lever snoeien en vermolmen, met z’n bloed besproeid, dat langs hun wange-lappen kabbelt en van hun kinne-bakken sijpelt en in hun halze-hulzen drupt. Hij snijdt, zij steken; hij ritst, zij rooien; hij pelt, zij pooien. Wat ’n hart! Bol-volmalsch met vet-krullenden krans. Hoeveel menschen-harten gaan wel uit dat ééne koeienhart? Wat ’n lever! ’n Vracht fijnheid, oker-geelte met brand-bruin-zwart bekorst. Hoeveel menschen-levers levert zoo’n

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.