i65
driemaal heeft-ie geroepen. Maar je was in staanden slaap. Wat wou je nou? Op zij? Terug? Naar links of rechts? In z’n vaart achteruit? Geeft niets, niets. Bij God, spring weg, anders ga je er zelf ook aan en je vrouw is weduwe en je kind is wees! Los, die sgoure, laat de heele wereld op wielen maar waaien! Gillen jullie maar, menschen. Niks gebeurd. Is dat zoo erg? Dat paard van dien bierbrouwer heeft Iessie Speelman z’n karretje in gruizels gereden. De wereld in scherven, de aarde met al wat er op, de zee met al wat er in is. Wouden, schepen, wagens, huizen in splinters, muziek en mechaniek, toover-kunst en bouwkunst, loterij en batterij, alles kapot, kapot, pot, pot. Laat maar liggen. Morgen komt de vullisman. Zoek je Israël Speelman? Daar, gezond en heel, en hij dankt God, dat zijn vrouw geen weduwe en z’n kind geen wees is. Speelgoed weg. Hij gaat wel wat anders beginnen. Na tisje b’ow. Israël, de Speelman.
Wakker, waak, kijk, hoor en hoed je! Daar komt ’t aan! Om den hoek. In ongeziene vaart. Heb je de waarschuwing van den Grooten Voerman niet gehoord? Tweemaal, driemaal heeft Hij geroepen. Maar, Israël, je was suf, je hebt gedroomd van verdienen en verdienen en daarom heb je de waarschuwing van Negen Aaw niet gehoord. Wat wou je nou? Op zij? Naar links of rechts? In ’n vaart achteruit? Geeft niets meer, niets. Bij God, spring weg, ’t goloes in, anders ga je er zelf ook nog aan en je vrouwen worden weduwen en je kinderen weezen. Los, de sgoure, los! laat de heele massematte maar waaien, huizen en tempel, land en stad! Gillen jullie maar, menschen! Niks gebeurd! Is dat zoo erg? Dat leger van dien kwaad-brouwer Nebukadnetsar heeft Israëls speelgoed in gruizels gemorzeld. Palestina in gruis. Jerusalem in puin. Tempel in brokken. Alles kapot, kapot, pot, pot. Laat maar liggen. Morgen komt Mosjieag en ruimt ’t wereld-vullis op. Zoek je Israël? Daar, gezond en heel en het dankt God, dat het nog leeft, zijn vrouwen geen weduwen en zijn kinderen geen weezen zijn.
Jeruzalem weg, dat mooie speelgoed.
Israël gaat wat anders beginnen.
Na Tisje b’ow!