Kiekjes

Titel
Kiekjes

Jaar
1926

Overig
I, Jodenbreestraat-Waterlooplein

Pagina's
208



niets hebben. Met hun arme macht voelen ze zich rijk, omdat ’t willen-hebben het hebben is. En ze beginnen weer met elkander te kijven, niet omdat één iets anders hééft dan ’n ander, maar omdat hij wat anders wil. En Israël Speelman wordt kwaad, omdat hij niets aan ze kwijt kan worden, terwijl ieder kindje de heele wereld hebben wil.

„Ie, weet je veel! Ansjie, hoor je dat, Levie wil die bieskoop hebbe. Nee, géé mij maar die rijls mit die spoor!”

„Ai, kijk’s, die ootemebiel, die neem ik, hou jij maar dat vrotte huissie, nee, Semmie? Of nee, ik weet wat nog fijnders, die kar mit die baale mit koffie en meel d’r op, daa kijk, nee, daa niet, sjtomkop, daa, achter dat srip, daa, waar ik daa mit me vinger wijs, nou, wat zeg je daa-van, zie je ’t nou nog niet?” „Mot je, heb ik allang gezien, kijk ik niet eens naa, ik kijk naa die mond-orrerels.”

„Eh, mondorrerels.”

„Jij bint èh, mit je ootemebiel en mit je bale koffie.”

En om van dien kinder-hinder af te komen, neemt Israël Speelman z’n wereldje op en gaat weer zwerven. Maar de kindertjes loopen ’m na. ’t Wordt tijd om te eten. Maar geen honger, die ze plaagt. Trek naar de wereld van speelgoed jaagt ze hoe langer hoe verder van huis. Hun oogen eten, hun denken drinkt. Dat is geen speelgoed, dat is ’n wonderware echtheid. Kijk, daar staat ’n echt paard. Neen, neen, dat is niet echt, dat maakt ze bang, dat durven ze niet naderen. Dat paardje op die kar is echt, dat kunnen ze streelen en plagen, dat laat zich spannen, sturen, trappen, trekken, Kijk, daar hoest ’n echte automobiel. Neen, neen, dat is ’n valsche, die ze dood kan rijden, die ze schuwen uit de verte al. Die ootemebiel is echt, die ze met één handje kunnen ophalen en met één voetje kunnen tegenhouden. Weet u nu, wat echt is? Niet wat macht over ’n kindje heeft, maar waar ’n kindje over heerschen kan met de willekeur van zijn hartje en de grillen van zijn geestje.

Israël Speelman duwt z’n wereldje voort op ’t Waterlooplein. Groote menschen spelen ook, grof en valsch, met geld, met levens. Is de wereld anders dan ’n hoop speelgoed? Ze spelen met wagens, met schepen, met huizen, met auto’s, trams, met mechaniek, met spoor, met batterij en bioscoop, ’t Mooiste speelgoed is de mensch, zoo’n aangekleede pop, die bewegen kan en praten, lachen en slapen, loopen en vallen, duikelen en

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.