Kiekjes

Titel
Kiekjes

Jaar
1926

Overig
I, Jodenbreestraat-Waterlooplein

Pagina's
208



158

ze te water, te zand en te lucht zooveel vracht-goed draagt? Draait ze daarom zoo snel, omdat ze ijl-goed vervoert? Wat wonder, Waterlooplein, dat alles op u aanloopt, dat heel de stad in u uitstroomt! Ge zij teen en al goed, eind goed al goed. Bij u is man-goed, vrouw-goed, kinder-goed. Bij u is zomer-goed en winter-goed, daags-goed, Sjabbes-goed, avond-goed, nachtgoed. Bij u is men met alles tevreden, vindt men koper goed, ijzer goed, steen goed, linnen goed, papier goed, vodden goed. Iedere goede straat is duur, gij, plein, zijt goedkoop, gij houdt zelfs te goed. Jammer alleen vind ik, maar ’t kan niet anders, dat ge met uw goed zoo te koop loopt. En één kwaad moet ik u duiden. Ieder bij u heeft het goed, maar ieder wil zijn goed graag kwij t worden. Hoe is het Gods-goedheid mogelij k! Ze trekken een kwaad gezicht, als ze het goed blijven houden! Ziel en zenuwen spannen ze saam, om zich het goed te laten afnemen. Doch den hemel dank, als geen greintje goed meer aan ze over is, geven ze hun laatsten cent, om weer aan ander goed te komen. Kwaadaardigen, onaardigen, vitters, zifters, gaat naar het Waterlooplein,ik bezweer u, daar zult ge goed keuren, daar zult ge goed vinden! En ik wensch je goedsmoeds: hou je goed!

Goedje.

Zoek goed, anders vind je Goedje niet. Ze is zoo klein en ze wordt met den dag zoo kleiner. Dat droogt in, dat schrompelt saam, dat krimpt krom. En als de jaren maar geduld willen hebben, zal ze niet sterven, maar kleinst worden en in de aarde teruggroeien. Toen ik ’n kind was, was zij ’n oud vrouwtje en toen ik ’n kind kreeg, was ze ’t nog en ze zal ’t nog zijn, als mijn kind ’n kindje krijgt. Zou de doodsengel kindsch worden, dat hij haar vergeet? Nu ja, de doodsengel is ook maar ’n engel. Of misschien wordt Goedje ’n boompje op ’t Waterlooplein, waar maleg-hammoowes niets over te zeggen heeft. Zooals men van Baucis vertelt, die na den Zondvloed ’n lindeboompje werd en nog ergens moet staan. Ja, zie zelf en geloof! Haar gezichtje is al schors en haar dorre armpjes groen-geaderde takjes en haar taaie vingertjes tengere twijgjes. Hoe houdt ze nog dat bakje vast, dat touwtjes om haar holle halsje hangen? Hoe zit dat hoofdje eigenlijk vast? Zou ’t niet kunnen afvallen, als de wind eens boos werd of de mensch eens niet uitkeek? Ik was altijd bang, als ze ging lachen, dat haar

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.