„Uitzoeke maar!!” Méén je. Maar hij geeft je, want hij zoekt voor je.
„Zóó je maar biedt!!” Denk je. Maar wee, als je spot met je bod.
„Als ik maar cente zie!!” Als je ’t maar weet. Hij staat niet voor ü op ’t Plein. Eerst hij, en dan hij èn dan jij nog niet: Leve de stem!
„Zoo krom ken je niet bieje!” of hij verdient d’r nog aan.
„Kijk uit je ooge, dan raak je niet bedrogeü” Maar je raakt ’t wèl, want je kijkt uit zijn oogen.
„Rommele maar, rommele maar, rommele maar!!” Maar je handen thuis, als hij niet met je mee mag rommelen.
„Je mot ze maar proeve!!” Die je proeft, betaal je toch. Laat dat maar aan die stem over.
„’t Binne de laatste!!” Hoe laat zegje dat voor’t laatst, o, stem?
„Weg d’r mee!!” Maar hier d’r mee, met je centen!
Woensdag 5 Juli was er ’n reuzen-Waterlooplein. Zoo groot als de heele stad, als ’t lreele land.
De feestdag van de Stem. Aller zielen stem. Allemaal partijen. Geregeld en ongeregeld, reeël en ramsch, net en nep, kleuren in kleur, kleurlooze middenstof, alle stof voor alle smaak. Kooplieden in alle soort geloof, Marchant, Staal-man, Wijnkoop, Kleere-koop. Schreeuwen op de straat, dat in den hemel jaarmarkt is. Dresselhuis, Driehuis, Pothuis, Berghuis met hun reizigers en agenten overal op de keien. Ieder met z’n roep, om met jokken te lokken. De stem, ziet u. Weet u, wat de stem is? ’n Klank van long naar tong, uit keel tusschen tanden langs lippen, naar ’t hart van ’n ander,door diens oor en bewustzijn? Neen. Op ’t Waterlooplein is ’n stem ’n stem. Maar op de markt der politiek is z’n stem stom, ’n klodder, ’n klad, ’n klets-knoei. Dat kan ’n hersenlooze, ’n kind dat nog niet loopen kan, ’n tong-lamme, ’n gek. Hoef je nooit voor school gegaan te zijn, hoef je nooit voor braaf geweest te zijn, hoef je zelfs niet eens te weten, waarvoor ’t eigenlijk is. Dat puntje maken, dat is je stem. Gewoonlijk laat men je dat doen, als je te groote ezel bent, om je naam te schrijven. Dat klopt. Want al wat stemt, is vee, uitgezonderd zij, die stemmen gaan en niet stemmen. Neen, dan heilig ’t Waterlooplein. Daar hóór je de stem. Ben je daar bekocht, ben je nóg niet bekocht. Laat die spons zeiwel zijn, je kunt er toch nog wel één ruit mee wasschen. Laat dat