Kiekjes

Titel
Kiekjes

Jaar
1926

Overig
I, Jodenbreestraat-Waterlooplein

Pagina's
208



148

„Kijk tu’s, zal u gezond zijn.” Hij haalt iets uit z’n borst met ’n heilige voorzichtigheid, of ’t zijn hart is.

„Kijk tu’s!” Dat zijn de heeren-huizen. Twee huizen-blokken. Tefillien, om u te dienen. Zijn ’t heeren-huizen of niet, solied gebouwd, ja of nee, door ’n ervaren architect, hè? Prachtig onderhouden, mooi in de zwarte verf. Zijn die ooit anders dan en bloc te gebruiken? Zeg, zijn er huizen met heiliger servituut? Heil den bezitter! Die zóó’n huis op z’n hart of zóó’n huis aan z’n hoofd heeft, is uitgezorgd voor langer dan z’n leven. Die zijn kapitaal in die huizen belegt, heeft ’n eeuwige lijfrente. De hemel is de beste bank en het geloof gaat nooit failliet. God geeft iedereen voorschot op z’n ziel en komt aan niemand iets te kort, want de maleg hammoowes is ’n puik kassier. Koop zoo’n paar heerenhuizen voor je jongen, als-ie dertien jaar gaat worden en beleg je andere centen in papieren van het Huis Israël, waaraan couponnetjes zitten, die „mitswes” heeten en die in iedere valuta op pari blijven.

„Binne ze mooi of niet?”

Lijp streelt ze met huiverende zaligheid. In z’n oogen leeft iets van het licht van den éérsten dag, dat God sindsdien bewaart voor de zielen der braven. Je kunt Lijp aanzien, dat hij van geld niet veel en van gezondheid niet genoeg heeft, maar met zijn geloof ’n wereld voeden kan. Z’n geld woelt in z’n foezel zakje, z’n gezondheid hoest in het ruige weer, maar zijn overtuiging beschermt hij tegen weer en vuil. ’n Jood van zijn maaksel gelooft niet aan besmetting van lucht en adem, maar wel aan hun ontwijding. Hij eet en slaapt in iedere omgeving, maar om te bidden, keurt hij zijn sfeer. Hij hangt z’n jas aan iederen spijker, maar hij kiest één spijker voor zijn tefillien. Voor zijn brood is ieder papier goed genoeg, maar zijn talles en tefillien moeten in zijde liggen of fluweel. Hygiëne? Dat is voor hem de gevaarlijkste ziekte. Hij drinkt uit het kiddesj-glas, waaraan tien monden vóór hem waren. Hij streelt zijn oogen met de schouwdraden die aan ieders wimpers streken. Hij kust de tefillien, die ieders lippen hebben geproefd. Kan heiligheid dooden? Kan iets, waar hij een brooge over zegt, hem vloeken?

„Binne ze mooi of niet? Kan ik ze aan mijn Booreg geven, ja of nee? Motte die nog nagekeke worre, zeg u nou?”

’n Paar prachtige tefillien, ze konden pas gekocht zijn.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.