140
Als Beis-Hillel en Beis-Sjammai op het Waterlooplein hadden gestaan . . .
Beis-Hillel en Beis-Sjammai staan op het Waterlooplein.
De bul-koetsier en olifant-dito hadden Donderdagmiddag tegen minche hun kruideniers-kruierschap volbracht. Hillie Prijs had goed gezien. De winkelopstand had ’n opstand gemaakt van Waterlooplein-winkeliers en de kern van hun „kééren” was d’r al uit. Toen wou Hillie ook de winkel-waar „in de roesj” verkoopen. Sjammie Kopuit tegen. Die wou uitverkoopen. Hillie kon zich uitkoopen. Dat wou Hillie, sehaggeles Sjammie, niet. Dan maar uitstallen tegen den avond en vannacht waken. Hillel en Sjammia hadden ook nooit opgezien tegen nachtwaken over Sinai’s goed. Dus bleven Hillie en Sjammie den nacht van Donderdag op Vrijdag op bij hun pruimen en krenten. Het werd avond en morgen, de zesde dag. Om de beurt waren ze naar „sjkoome” gegaan.
Beis-Hillel en Beis-Sjammai.
Huizen van Hillie en Sjammie. De vermenigvuldigden van hun hoofd en hun hart. Leerlingen van hun tegen-elkaar zijn, erfgenamen van hun buiten-elkander-niet-kunnen. „Bijze lijt" en „beste lui”, die kinderen van Hillie Prijs en Sjammie Kopuit. Ze konden mekaar zóó zien lijden, dat ze in dezelfde klas op de bewaarschool, op ’t Kriste en op ’t Joode gingen zitten, dat ze op ’t zelfde atelier stukwerkten en met dezelfde negotie kuierden. Ze hadden mekaar zóó lief, dat twee kinderen van Hillie en twee van Sjammie op één-en-denzelfden dag in één-en-dezelfde sjoel met elkander onder de goppe hadden gestaan. En de huizen gingen zich jaarlijks uitbreiden.
Zesde dag. Toen waren voltooid de hemel en de aarde en al hun scharen. De hemel loopt over van zon en de aarde wemelt van Beis-Hillie en Beis-Sjammie.
„Ik weet tenminste al wat ik venavend eet, Bekkie.” Vrouw van Hillie tegen vrouw van Sjammie.
„Appele mit pruime? Riekie?” Sjammie’s vrouw tot Hillie’s.
„Zal je in de wereld blijve, Bekkie.”
„Betaal je niet,Riekie?” vraagt Sjammie, „is dat m’n handgif?”
„Reken maar mit Hillie af. Maar geef me eers nog twee pakkies meel d’r bij mit ’n potje gember en ’n pond suiker