136
Hillel en Sjammai hébben ’n kruidenierswinkel.
Op het Waterlooplein, tusschen steen veertien en zeventien-en-een-half, van den blauw-steenen rand-band tot aan den boomen-zoom.
Hillel en Sjammai zijn twee verstands-worstelaars, twee gevoels-athleten. Hilhe Prijs en Sjammie Kopuit vechten levenslang met elkander, zonder één oogenblik zonder elkander te kunnen. Beiden kampioenen. Hillie licht-gewicht, Sjammie zwaar-gewicht. „Had ’k ’t maar nóóit gekocht”, zucht Sjammie altijd. „Had ’k d’r maar nog meer gekocht,” zingt Hillie immer. Beiden hebben ze recht, maar Hillie wint. Want wie in den handel pessimist is, moet maai wandelen in plaats handelen. Hillie reuze-geduld, Sjammie één brok ongeduld. Sjammie Kopuit kijkt z’n kop uit als-ie iets inkoopt, net zoolang tot ’n ander hem uitkoopt, als niet Hillie Prijs ’n prijs prevelt, dat ieder ander ’t prijsgeeft. „Dat mag je niet” gromt Sjammie. „Ik wil!” komt Hillie. „Ja, maar je ken niet weten,” bibbert Sjammie. „Op mijn nesjomme, dat wordt geen raggene”, be-dibbert Hillie. Als Hillie er niet was, zou Sjammie iederen dag naar huis gaan met „Sjabbes in z’n zak,” en nu gaat ’r geen week om, of ze hebben ’n Sjabbes-makertje. Sjammie wikt, maar Hillie beschikt. Sjammie koopt met den el-stok en leeft met z’n potloodje, Hillie koopt „in de roesj” en leeft op den „s j obberdebonk”.
Ik zeg u: als Hillie en Sjammie samen ’n rabbinaatje hadden gehad, Sjammie zou geen haartje zonder sjoumer laten knippen en Hillel zou bij ieder busje groente ’n busje ourem hebben toegegeven. En samen zouden ze de Jiddisjkat wel hebben laten rendeeren.
’n Toonbank. Met twee koperen, staande weegschalen, met glimmende gewichten-bakjes. Aan twee boomhekken: een lat, waaraan ’n koperen hang-weegschaal ’n two-step danst. Op de toonbank verder: flesschen, hoog in positie van drups, drops, balletjes in alle kleuren kleefsel en pepermuntjes in allerlei blanke scherpte. Aan twee andere boom-latten: risten zakken en toeten, schommelende papieren, rijzend en dalend in den wind van den dag, erg bedrukt, zooals tegenwoordig de papieren zijn. Deze laten lezen, dat ze van den overkant van de Jordaan komen. Langs de boomen: rekken met bussen groenten, bakken