I2Ó
’t laatste zelfverwijt verdwenen. Besjoolem is 't wachtwoord, om op „keiwer oowes” te komen, ’t Kortste nachtgebed voor den langsten slaap!
Waterlooplein zonder Sjoolem.
Boomen, steenen, lucht, alles wat ’t was en zijn zal. Maar de atmosfeer is weg. Gelijk Salomo zei: „’n geslacht gaat, 'n geslacht komt, maar de wereld blijft wereld”. Vóór deze wereld was ’t anders. Ging met ieder geslacht zijn wereld weg. Nieuwe men-schen brachten mee: ’n nieuwe zon, ’n nieuwe lucht, nieuwe dieren, boomen, bodem. Dat vond God niet goed. Toen schiep Hij deze wereld, waarin de menschen sterven, maar de aarde leven blijft. Dat vond God zeer goed. Nu kunnen de lateren verbeteren, wat de eerste verslechteren of anders-om en dan aan het derde geslacht gelegenheid geven, het tweede te verafschuwen en het eerste weer na te doen. Herstellen is mooier dan nieuw maken. Hoe hadden we anders dat zoete woord gekregen van „hij is hersteld”?
Ja, dat zijn die boomen, waaronder Sjoolem lachte. En dat de steenen, waarop Sjoolem wandelde met God. En dat de hemel, waarin hij zijn leven las. En dat de lucht, waaruit hij zijn pijpje ademde. Daar staan zoowaar ook meubels in diverse stoffage. Maar Sjoolem is weg, voel je dat niet? Weg? En dat gezicht, zeg, zie, zweren zou je zoo zeker: dat is Sjoolem! ’t Is ook zoo. Dat is Sjoolem’s vleesch en bloed, maar z’n nesjomme niet! Alles aan ’n mensch is van vader en moeder. Beenderen, spieren, nagels, hersens en wit in ’t oog, is van vader. Vel, vleesch, bloed, haar en zwart in ’t oog, is van moeder. Maar ziel is van hemzelf. Die gaf hem God. Z’n adem, z’n gezicht-glans, z’n zien, z’n hooren, z’n spreken, z’n gaan, z’n begrijpen, daar heeft vader geen part aan en moeder geen deel. Is dat niet almachtig goed geschapen? Jodendom weet niets van erfelijkheid van gemoed en geest. Vleesch en bloed zijn erfelijk, maar ziel is zelf gekregen. God beware, ’t ware anders!
Zie je dan niet, dat die man iets in z’n oogen heeft, wat Sjoolem niet had? Angst voor ’t leven, zorg voor niet-genoeg, honger naar meer dan ’n ander? Ja zeker, Gokkie is de zoon van Sjoolem en Dientje. De kleinte van Sjoolem, de breedte van Dientje, maar van geen van bei de diepte. Van Sjoolem niet de sjoolem-met-zichzelf. Van Dientje niet de dienst-van-God.