roepen worden in ’n handboek voor ’n talles en waar ze sjno-deren ’n mattoone voor den badknecht, ’n Sjoeltje te niet. Enkele bestuurderen hebben ’n nieuwe gewwere gesticht, jomtef-middag in den wintertuin van Kras, de loterij-gewwere „Reken d’r maar niet op” en hun zoons hebben Seideravond ’n voetbal-gewwere opgericht „Bal tasjgies”. ’n Sjoeltje te niet. Tweehonderd leden gehad. Waarvan veertig op Zeeburg, twintig op Muierberg, vijftig op Diemen, tachtig op ’t Stadion, twee op Uilenburg in Kaal-sjoel, vier op Scheveningen, twee op Zandvoort, één op Westerveld en één op Zorgvlied. Verleden week was verkooping van de sfoorem. Sjoolem heeft ze gekocht voor Ouhawei Sjoolem. Maar ’t ooren-hakkoudesj en de banken en ’n paar porougeze hebben ze durven in de Verkooping stoppen. En wat denk je, hoe ’t Sjoeltje heet? Maar, zal je ’t gelooven en niet schrikken? Roudefei Sjouloum, Vervolgers van Sjoolem!
Daar wappert ’t fluweelen banier met wit-velvet spiegel en brocaten letters: Roudefei Sjoolem. Sjoolem vervolgd op ’t Waterlooplein. Ja, Sjoolem heeft ’t vervolgd en gekocht en op orde gezet, onder Gods luisterenden hemel en hoorende aarde.
Hoor de je menschen schateren? Zie je ze wijzen? Naar twee boomen onder de boomen van het veld? De boom des levens en de boom van goede en kwade kennis. Daar hangt de Tijd, daar groeien de dagen onder de takken. Daar hangen de Oumer-borden. Sjoolem heeft profeten-ideeën. Hij wil laten oumeren, iederen dag op ’t Waterlooplein. U kent toch de Oumer. Pracht-zaak. Stijgende koers. Komen in zeven weken van één op negen-en-veertig. Waarom hebben ze Sjoolem niet naar Genua geroepen of lusten ze daar geen Sjoolem? In Sjoel is de beste valuta. Natuurlijk, ook golvende cijfers. Op ’t bordje van nacht-worden. ’s Winters dalende neiging, ’s zomers met sprongen naar boven, maar ieder jaar herstellen zich de cijfers. Franken, Marken, Kronen, Roebels, jullie zijt door God gemunt. Als je in sjoel niet wil oumeren, zul je ’t op de beurs doen, zul je geen avond vergeten den koers van den dag na te kijken, met de koorts op je lijf voor morgen. Je vrouw oumert mee, je kinderen weten al, wat ze in de krant ’t eerst moeten opzoeken. Had je ze maar in de fille den weg moeten wijzen!
„Zestien vandaag” roept Sjoolem, wijzend op de Oumer-