Kiekjes

Titel
Kiekjes

Jaar
1926

Overig
I, Jodenbreestraat-Waterlooplein

Pagina's
208



En nu, kijken! Op ’t Waterlooplein! Waar-ie inboedels uit-stalleert, waar-ie binnen-kamers buiten zet, lucht stoffeert en keien tapisseert. Salon, salet, shows en suite, office, back-room keuken, meidenkamer, serre en alcoof, alles gelijkstraats en ineengeloopen op ’n belachelijk dieet van ruimte, voorgeschreven door den marktmeester. Komt allen mee, die uit Abraham’s heup geboren zijt en in Abraham’s schoot zult rusten! Komt alleen aan naar Waterloo! Gaat naar sjoel! Sjoolem’s sjoel op ’t Waterlooplein! Geen deur in, geen trap op, geen gang door, geen plaats over, geen hoek om, geen boog onder, geen drempel af. Geen klepper-klap, geen klem-knies, geen klink-hoest, geen kruk-kuch; geen raam-waai, geen reet-tocht, geen spleet-wind; geen dak-lek, geen goot-drup, geen pijpvocht; geen plank-wip geen vloer-zak, geen rat-hol. ’n Ideaal sjoel, tot aan den hemel hoog, tot in de verte wijd. Openlucht-geheiligde. Als in Ezra’s dagen. God-goedheid, wat idee! Denkbeeld van Sjoolem. Neen, ik praat niet in ’n droom-merrie, ik rommel niet in verbeelding. Zie zelf! Ooren-hakhoudesj, die krul-vullende kuif-kast. Sjoolem heeft ’t porouges laten hangen. Heilig-schennis? Als je dat durft schelden, zal de Heilige Hij je schenden! Ik sta stijf van dien Bijbelschen moed. Iets van Elia, den Sjoolem-maker. Banier der Touroh in de levende lucht. Niet meer geborgen achter Yale en Lips, maar frisch uit op ’t Joden-plein. Voor ’t eerst in m’n leven zie ik ’n porouges golven door den wind. Verder zien en stommen! Almemmor met klim-kandelabres, met stijl-pijltjes en rand-rondeel, tafel-plateau en bank-belending. Lezenaar met luchter-lampen, reeling-roede en pronk-pilasters, zoowaar banken ook, met nummers tegen de lat-leuningen en’n jumeau-bak voor de sjoel-koetsiers, kerkvoogden bijgenaamd.

„Komme jullie allemaal binne, ’t zal direk minnege spelen.” Sjoolem inviteert tot hemel-audientie.

’n Drang van menschen om Sjoolem’s sjoel. En ik durf te denken, dat al die Joden wel eens ’n mooiere sjoel gezien hebben. Maar zóó, God betere ’t niet mooier!

Hoe komt Sjoolem aan die Sjoel en wat wil-ie dan? Van de verkooping eergisteren! Ja, van de verkooping. ’n Sjoeltje is te niet gegaan in het hartelijkste ghetto. Te niet, ’n Sjoeltje te niet! Omdat Joden nieten zijn geworden. Omdat ze minge-ooren bij Ajax en meirev in ’t Tip-top. Sjabbes-sjagries in ’t scheer-huis, sjabbes-moesaf in ’t bad-huis, waar ze opge-

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.