Kiekjes

Titel
Kiekjes

Jaar
1926

Overig
I, Jodenbreestraat-Waterlooplein

Pagina's
208



ïig

borden. „Morgen binnen ze zeventien, zoowaar d’r ’n God in den Hemel is. Als ik lieg, zal ik morgen niet leven.”

„Wat vraag je voor die ouwe kas?” vraagt ’n onbesnedene, wijzend op ooren-hakkoudesj.

„Niks te koop, baas,” zegt Sjoolem.

„Waarvoor staattie d’r dan?”

„Omdat-ie vier poote hèt.”

„Ken ik die kas koope, Sjoolem?” vraagt ’n besnedene. „Natuurlijk, waarom zal je niet kenne?”

„Wat vraag je dan devoor?”

„’n Sjoel mit ’n almemmer.”

„Wat vraag je voor die oumer-borden, vraagt ’n besnijder. „Niks te koop, meneer.”

„Waarom hangen ze daar dan?”

„Omdat ze ’n sjtrop hebbe.”

Z’n rap-radde tong rent naar alle kanten. Hij vertelt van de schande, om ’n sjoeltje naar de „verkoopening” te sturen. Hij preekt profeten-woede met handen en voeten.

„Nou Sjoolem, kan ik niks koopen?”

„Jawel — als u eers lid word van Ouhawei Sjoolem, kent u koope van Roudefei Sjoolem.”

„Vandaag zestien,” lacht-ie. Wijst op de Oumer-borden en op z’n notitie-boekje. In twee dagen al zestien leden voor zijn sjoeltje opgedaan. En verkoopt niets van Roudefei Sjoolem. Want ’t is alles al uitverkocht. Aan Sjoolem. Voor Ouhawei Sjoolem. Hij heeft ’t enkel uitgestald, om Ouhawei Sjoolem te helpen, nu Roudefei Sjoolem verloren is.

„Sjoolem!”

„Zeg, Sjoolem!”

„Hoor je niet, Sjoolem?”

„Zeg, baas!”

„Meneer!”

„Jood!”

„Sjoolem!”

Sjoolem hoort niemand en niets.

Hij staat minnege te ooren vóór ’t Ooren-hakkoudesj van op ’t open Waterlooplein, Roudefei Sjoolem.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.