bidden tegen góden, maar niet ’t bieden tegen Joden; wel moogt ge niet begeeren het huis van uw naaste, maar daarom wel taxeeren den huisboedel van uw naaste. En waar Sjoolem biedt, is-ie beet zonder „bijt”. Hij kent hart en nieren van in-en uitkoop. Hij beluistert de ademhaling der negotie, ’n Verkoo-ping zonder Sjoolem is ’n vuur zonder vlam. Maar Sjoolem aan bod, is de kook in den pot. Aan Sjoolem is brooge en mazzel. Wie aan hem „hangen” blijft, heeft nog geen strop, ’t Geheim is niet diep. Sjoolem heeft iedere sjabbos verkooping in z’n sjoeltje. Hij biedt op mitswes nog woester dan op meubels, ’t Sjoeltje zonder Sjoolem is ’n zomer zonder regen. Ik zeg u: ’t bieden op ’n mitswe maakt ’t genot van in sjoel-zijn. De verkooping van ’n Gods-lust geeft den smaak van in-God-zijn. Dat is ’t hoogte-punt van vreugde, als men voor zijn geld ’n ander de eer koopt, van God te mogen nader treden. Geld bieden voor iets, wat niet in of aan ’t lichaam komt, geld bieden voor ’n ontastbaar ding van één oogenblik, geld bieden voor de eer aan ’n ander, voor de geest-vergasting van ’n naaste, geld bieden voor ’n handdruk! Wie gunt ’n Jood geen geld, als hij dat weet? Neen verwarde wereld, de Jood mag de koning der materie zijn, want hij heeft de ziel van het geld geschapen. De Sjoel is niet in de eerste plaats ’n bid-huis. Huis-van-samen-zijn heet het in het Hebreeuwsch. Daarom mag ’n Jood God alleen heiligen, als hij minstens tien zielen tellen kan. Voor elkander voelen, naar elkander snakken, met elkander blij en treurig zijn, dat is Gods-aanbidding. Daarvoor werd ’n sjoel gebouwd. Weg met uw decorum! Decorum is de doode dienst voor ’n glimlach-loozen afgod. In sjoel moet leven zijn. Moeten de schepsels tegen elkander lachen, om God te vermaken. Want God lacht, als Zijn schepsels zich niet aan elkander vervelen in Zijn huis. En wat is heiliger vermaak, dan op mitswes bieden? Zoo zie ik engelen stoeien om Gods troon. Sjoeltje, prettig, lekker-innig, waarom werd ge ’n sjoel en later synagoge en eindelijk kerk? Al wat prettig, innig, vriendelijk, liefelijk, help-graag, eerlijk, eer-voelig onder de Joden is, kwam uit sjoeltje. En al wat ’t niet meer is, heeft het ’t eerst verloren in synagoge. Zóó, nu mag je Sjoolem begrijpen. Die z’n sjoeltje heeft en z’n verkooping en z’n Waterlooplein. Die zich in geen van drie laat uitkoopen. O ja, weet nog even, hoe z’n sjceltje heet,waar-ie bestuurt: OuhaweiSjoolem,LiefhebbersvanSjoolem!