Kiekjes

Titel
Kiekjes

Jaar
1926

Overig
I, Jodenbreestraat-Waterlooplein

Pagina's
208



io8

vaak aan, ook al paste ’t hem niet. En zoo hij, zoo’n vrouw. En zoo’n vrouw, zoo z’n kinderen. Och, ’n arm man past alles. Hij isSjammai’s beste leerling. Krijgt hij ’n paar schoenen van ’n luitenant in handen, dan zegt hij: „Zeelek, voor jou, voor Sjabbes.” Morgen komen de voeten van ’n kapitein in z’n handen, verkoopt hij de schoenen van den luitenant van z’n voeten en gaat op den kapitein staan. Maar de overste is meer dan de kapitein. Weg, kapitein op ’t Waterlooplein, overste, jij gaat Sjabbes met Zeelek naar sjoel. En zoo is menige dokter, die nog nooit ’n sjoel geroken had, met Zeelek mee naar z’n sjoeltje geweest. En zoo werd menig advokaat, die van z’n barmitswe geen seifer toure meer gezien had, door Zeelek opgeroepen. Zoo had de wethouder eens „hakbe” gehad, de burgemeester „geliele” en de dominee „houtsoo’wagnoose”. En zoo Zeelek, zoo z’n vrouw. De vrouw van den kapitein was met haar eerste kind mee naar sjoel gegaan en zoo bij al haar kinderen ’n andere vrouw. Zelfs de vrouw van den dominee was al met haar mee geweest „goumel-besjen”. En zoo z’n vrouw, zoo z’n kinderen. Alleen niet, als z’n jongens bermitswe werden. Nee, dan nieuw. Geen afgedragen fillem, geen afgedragen schoenen, leer om leer.

Maar Zeelek had z’n ijverzucht toch. Van één had hij nooit nog schoenen gehad. En ziels-graag wou hij toch ook graag in diens schoenen staan. De schoenen van z'n rebbe. Maar ’n rebbe draagt z’n schoenen tot den laatsten zucht, tot den naaksten naad. Bij de bermitswe van z’n laatste overkwam hem dat mazzel. Toen heeft hij ’r om gesjnord, dat ’m nog nooit in z’n leven gebeurd was. „Meneer, God laat u tot honderd jaar gezond, m’n Sjoulie wordt daar bij leven en welzijn, als God alles tegoeiem gezond laat, over drie weken bermitswe, hebt u niet ’n paar ouwe schoenen voor Zeelek, kijk u ’s, hoe ik an ’n sjabbes loop, op m’n tandvleesch, hè? Kijk u eres voor me.”

De rebbe wou ’m toen geld voor ’n paar nieuwe geven.

„Nieuwe! hoor’u ’s. God laat u gezond, in u slaap weet u meer, als ik as ik op bin, maar afijn, u zal ook wel weten, dat ’n Jehoede eigelijk geen nieuwe schoenen mag andoen, afijn, dat zal u wel weten.”

De rebbe durfde natuurlijk niet zeggen, dat hij dat niet wist. Je kunt nooit weten. Bij ons Jidden, kom je plotseling soms te weet, dat je nooit wat wist. Enfin, dan. De rebbe wist dat wel. En toen gaf hij Zeelek ’n paar bottines van zich.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.