Kiekjes

Titel
Kiekjes

Jaar
1926

Overig
I, Jodenbreestraat-Waterlooplein

Pagina's
208



103

maar hes en bloes met naad-hechte lapjes. Dragen met z’n tweeën 'n buik-bolle wijnmand. Leeg, nog veel te zwaar voor hun soepele hand-greepje. En ze willen nog wel zwaaien d’r mee, je weet wel, jonas-schommelen. Achter-ze-aan ’n groep grappige gawwertjes, met handjes leeg en mondjes vol raad, hoe ze moeten loopen, hoe ze moeten zwaaien, hoe ze moeten roepen, waar ze moeten kijken, waar ze moeten staan, wat ze moeten vragen, wat ze moeten zeggen.

„Goo-|mits-dik-ke-sjte-er-re-goo-mits-dik-goo-mits-dik-goo-mits-dik-ke-sjte-er-re.”Zig-zag-schommel, op-neer-deun.Dat zijn matze-battelers. Die op Achroun-sjel-Pésach de huizen langs gaan, om matzes te, vragen. Als de hemel duisteren gaat en de sterren choomets pinkelen met hun oogjes. Kindertjes maken Pesach in, kindertjes maken Pesach uit. Wie zal ze ’n matze weigeren? ’n Halve nemen ze ook. Ja, maar die knabbelen ze zelf op. Heele gaan de mand in. Dat kan ’n stapel worden. En dan? Die kindertjes hebben oudertjes en die oudertjes hebben geen dubbeltjes. Nu zorgen die kindertjes voor ’t broodje. Als de choomets-dikke sterretjes uitkomen, tenminste nog geen zorg voor brood. Zorgen kleine kindertjes voor. Kleine kindertjes zijn beter voor de ouders dan groote kinderen. Let maar op. ’n Groot kind rekent uit, wat hij noodig heeft en dan of er wat voor vader of moeder overschieten kan. ’n Kindje geeft alles over en rekent uit, hoe fijn vader’s poonem glimmen zal en hoe lekker moeder’s zoen zal smaken.

„Goo-mits-dik-ke-sjte-er-re!”

Zeker heb ik goed gehoord en best gezien. Ammie en Brammie Brander. Net zoo ik denk. Eerew-Pésach choomets-delgers. Achroun-sjel-Pésach matze-delvers. Hun oudertjes zijn zoo arm door den dag en zoo rijk op Sjabbes en Jomtov. En hun zussie van zes is zoo ziek. Ze pochen tegen hun gawwertjes, dat Jaantje misschien vandaag nog naar ’t gasthuis gaat, ja, fijn naar ’t gasthuis. En vader is daarnet nog naar den dokter gegaan voor moeder ook, pralen ze, mot misschien ook fijn naar ’t gasthuis. En leggen ze uit van: niet ’t zelfde gasthuis. Jaantje dichtbij in ’t gasthuis en moeder heel ver.

„Goo-mits-dikke-sjte-er-re.” Om de beurt Ammie op ’t plein aanschellen en naar boven loopen en Brammie bij de mand blijven en Brammie naar binnen gaan in ’t huis en Ammie op de mand passen. Zeventien matzes in de mand.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.